Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Jti
370-
van den stam, en niet van den wortel. In de \
eeuw kreeg men van hier ook sandelhout.
Sumbawa, de hoofdplaats van het Rijk van dien
naam, en het verblijf van den Radja, ligt ten zuidoos-
ten van eene diepe en ruime baai, welke voor de noor-
de- en noordwestewinden open ligt. De Wadjorezen
drijven hier veel handel, en bewonen eene afzonderlijke
wijk. Deze vrij uitgestrekte stad is door een' zwaren
en dikken muur omringd.
Dit Rijk strekt zich thans langs de westkust van
Straat Alias uit, en heeft nog verscheiden Leenman-
nen , van welke de Radja van Dompo de aanzienlijkste
is; het was evenwel eertijds magtiger, en bevatte ook
het eiland Lombok. Door de Baliërs is Lombok van
Sumbawa afgescheiden. De hoeveelheid sapanhout,
vroeger door den Radja aan de Oostindische Maat-
schappij geleverd, is in het latere gedeelte der ig^a
eeuw merkelijk verminderd.
Het eiland lombok.
Dit eiland heeft ten westen Straat Lombok; ten
zuiden den Indischen Oceaan; ten oosten Straat Al-
las, en ten noorden de Zee van Java. Hier zijn
verschillende rivieren of beken, welke in de bergachtige
binnenlanden ontspringen, en waarvan, tot bewatering
der vele rijstvelden, vooral door de Sassakkers, die
bijna uitsluitend landbouwers zijn, wordt gebruik ge-
maakt. Onder de bergen vindt men Vulkanen, die som-
wijlen door ligte aardschuddingen bewijzen, dat hunne
kraters niet zijn uitgedoofd. Nabij de noordoostpunt
staat de Piek van Lombok , naar men wil, ruim 8000
voeten hoog, welke berg zich zacht glooijende langzaam
verheft.
Het voornaamste voortbrengsel alliier is rijst, die in
overvloed voorhanden is; ook vindt men er kapas,
beter dan op Balie, vogelnestjes, rundvee, buffels
enz. en een weinig sapanhout.
Het eiland Lombok, ook Sassak genoemd, is ver-
deeld in vier Rijken, namelijk Karrang-Assam-Lom-
bok , dat het voornaamste is; Mataram, mede belang-
rijk en uitgestrekt, en de beide minder beduidende
Rijken Pagoelan en Pagerawan, of Pagerawang. De
onafhankelijkheid der beide laatste bestaat weinig meer
dan