Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
50
onder wiens regering de Arabieren steeds niea veld
wonnen, in 1424 overleden was, beoorloogden zijne
beide zonen elkander. Van deze tweespalt wisten de
Arabieren zoodanig tot liun voordeel gebruik te maken,
dat bet korteling nog zoo magtige Rijk te gronde
ging en de prachtige hoofdstad aan de vlammen werd
opgeofferd. Vorsten van Arabische afl^omst traden op,
om over Jaya te heerschen, en vestigden er tevens de
Godsdienst der Arabieren.
Sheik Ibn Moelana, die als de groote apostel
van den Islam op Java vereerd wordt, was in 1412
overleden, en had eenen zoon nagelaten, die zijn geloof
en zijne magt gelijktijdig langs de noordkust van Java
naar het westen uitbreidde. Hassan-Oedien ver-
overde het Rijk van Padjadjaran, en rustte niet, alvo-
rens hij tot aan Straat Soenda als overwinnaar gehul-
digd werd. In plaats van den laatsten Vorst van Pa-
djadjaran, Praboe-Silie-Wangie, trad nu Has-
san-Oedien op, onder den titel van Soesoe-
hoennan Goenong-Jatte, behield voor zich zeiven de
gewesten van Tji-riboen {Cheribon), schonk het Rijk
Jakatra, van rivier Krawang tot aan rivier Tan-
'gerang, aan zijnen broeder Kalajatang en het Rijk
Bantam aan zijnen broeder Bar-Oedien.
Omstreeks her midden der eeuw werd door
Kiay-Gedee-Mataram, een' der afstammelingen
van hem, die het Rijk van Madjapahit vermeesterd
had, ten westen van dat gebied en in de nabijheid van
het zuiderstrand, het Rijk Mataram gesticht. Dezen
jongeren tak gelukte het eerlang, het Rijk Mataram
ook op het gebied van den ouderen tak uit te strekken,
en langzamerhand geheel en al met Mataram ineen te
smelten.
De veêrkracht der Javanen ging, onder het nieuwe
geloof en onder den druk der Vorsten van Arabischen
oorsprong, ten eenemale verloren. De bloei van kun-
sten en wetenschappen hield op; geene kunstgewrochten
meer en geene welvaart, welke de stichting van dezelve
had mogelijk gemaakt.
Toen verschenen de Europeërs op Java. Nog
waren er vele sporen van welvaart; nog bestonden er
vele overblijfselen van grootheid, en nog worstelde op
sommige punten de leer van Boedho tegen den Islam.
Eerst met het einde der eaiw gelukte het der
Gods-