Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
i
367
80 man , naar Damme. Gemakkelqker ging het, de
Engelschen, dan de, door hen opgezette, eilanders
meester te worden. De Engelschen maakten aanspraak
op schadeloosstelling; maar toen de Gouverneur van
Bajjda op zijne beurt dreigde, hen, bij gebrek van
papieren van eenig Britsch Gezag , als vrijbuiters
te zullen behandelen, liep die zaak spoedig en zonder
verdere onaangename gevolgen af.
De voornaamste plaats is:
Wilhelmtisburg, een fort op de noordkust van Dam-
me , niet ver van het dorp Kaain, dat als het voor-
naamste van het geheele eiland beschouwd wordt. Het
fort ligt, aan de westzijde van den mond eener kleine
rivier, in de diepte van de Wilhelmusbaai, welke
tegen het noorden geheel open is, en slechten anker-
grond heeft. Kleine vaartuigen kunnen in de Wilhel-
mus-rivier ankeren. Het eerste fort werd in 1646
gebouwd; het tegenwoordige is in verval, zoowel als
de Kotta - Compania , welke te Kaain , en de kerk ,
die aldaar, midden in het dorp, staat. Gedurende
eenige jaren is er een Zendeling geweest; maar deze
is in 1834 weder vertroklten.
c. DE SOENDA-EILANDEN.
Het eiland sum bawa.
Dit eiland ligt ten zuiden van de Straat van Ma-
kasser, en is 370 vierkante mijlen groot.
Op de noordkust zijn verscheidene baaijen, en daar-
onder de Baai van, Tomboro, die van het noordwes-
ten naar het zuidoosten diep in het land indringt
en het eiland in twee schiereilanden deelt, waarvan
het oostelijkste de meeste havens heeft. Straat
Alias bespoelt het eiland ten westen, alwaar de kust
als omzoomd is met eilandjes en klippen. Langs de
zuidkust bruist de Oceaan tegen hooge klippige oe-
vers. Omstreeks de zuidpunt van Straat Sapie lig-
gen verscheiden kleine eilandjes. In het noorden dier
straat vormt het dSmd ■ Giliebante twee vaarwaters,
waarvan het westelijke voor het veiligste wordt gehou-
den. Ten noorden van Sumbawa liggen de ontelbare
eilandjes van de Paternosters- en Postillons-groepen,
naderbij de Zandbuijs- en Reigersbergs-banken, als-
mede