Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
5G5
dat ztj van verschillenden stam zijn. Die van liet
binnenland zijn Heidenen, en staan op veel lageren
trap van beschaving; ook wil men, dat deze, uit
bijgeloof, het vleesch hunner verslagene vijanden eten.
Het Christendom, reeds in de 17de eeuw op L&uee
gepredikt, is tot hen niet doorgedrongen; onder de
strandbewoners maakt het, vooral sedert het jaar
1825, belangrijke voortgangen. Ook is er, behalve te
Sarai, nog een tweede Zendeling te Serewaroe.
De voornaamste plaatsen zijn:
Tombra , of Tombara. Dit dorp ligt op eenen heu-
vel , aan eene kleine haven of geul, in eene bogt van
de noordwestkust, alwaar men de schepen voor en
achter op de klipriffen moet meeren, omdat er geene
ruimte genoeg is om te zwaaijen. Deze is de eenigste
ankerplaats van Lettee. Sinds weinige jaren is hier
eene nieuwe kerk gebouwd; ook is er een ruim
schoolgebouw.
Sarai, een groot dorp, waar reeds sedert verschei-
dene jaren een Zendeling is, en de huisvrouw van dezen
ook aan de meisjes onderrigt in het naaijen en breijeD
geeft. De kerk alhier is, in het jaar 1835, door het
Godsdienstig Kindergenootschap te Soerabaia met eene
klok beschonken.
li
Deteralta-groep* f
Deze groep, ten oosten van Wetter gelegen, be-
staat uit Groot-Roma , Klein-Roma , Mitta en ver-
scheidene andere kleine eilandjes, waarvan de meeste
ten zuidoosten van Roma gelegen zijn. Van Mitta
loopt noordwaarts eene zandbank, weike in de oost-
mousson eene goede ankerplaats verschaft.
De eilanders zijn beschaafd en vreedzaam ; zij leggen
zich voornamelijk toe op landbouw en veeteelt; bou-
wen rijst, jagong, katjang en oebie; houden honden,
buffels, varkens, geiten en schapen; verzamelen veel
was, en vangen groote schildpadden op de naburige
onbewoonde eilandjes.
De voornaamste plaats is:
Jeroessa, de hoofdplaats van Groot-Roma en het
verblijf van den Opper-Orangkaya, aan de zuidwest-
zijde van het eiland gelegen, in de nabijiieid van de
ankerplaats, welke door het eilandje Mitta beschut is.
Dit