Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
364-
zaam, vooral die aan de stranden, onder welke men
vele van gemengde Europesche afkomst opmerkt. Het
eiland heeft een' vruchtbaren bodem. De broodboom
en peperheesters groeijen er welig, ook jagong, ta-
bak , katjang, kool en velerlei moesgroenten; men vindt
hier voorts hoenders, klapper-olie, herten, van wier
vleesch dinding gemaakt wordt, schapen, geiten en
varkens.
De voornaamste plaatsen zijn:
Marna, een vlek aan eene bogt op de westkust,
dat aan de zeezijde door een' muur van klipsteen, en
aan de landzijde door levende heggen, of hagen , om-
ringd is. De meeste huizen zijn zeer net van planken
opgebouwd, en staan afzonderlijk te midden van tuin-
tjes, die wel onderhouden worden. Er is eene groo-
te welgebouwde kerk en een schoolgebouw. De in-
woners genieten zekere welvaart, en drijven, in weêr-
wil van de slechte reede, vrij wat handel. Het fort
Vollenhove ligt een weinig ten noorden van Marna,
en is zwaar van klipsteen opgetrokken en van twee
bastions voorzien. Na 1816 had men hier voor kor-
ten tijd eene kleine bezetting, welke sedert dien tijd
is ingetrokken, en na 1836 door eene nieuwe schijnt
vervangen te zijn.
WanvUie, een dorp, waar een Zendeling zqn verblijf
houdt, alsmede de Radja. De meeste bewoners zijn
Christenen. De kerk werd, in Julij, 1833, met 54
woningen of bergplaatsen, door een' zwaren brand in
de asch gelegd, waardoor veel rijst, jagong, kleederen
enz. verloren gingen; de Radja, en velen met hem
werden daarbij van al hunne bezittingen beroofd. De
school en het Zendelingshuis bleven behouden. In den
aanvang van 1834 begon men de nieuwe kerk te bou-
wen, waartoe men fraai hout van Amboina had ont-
vangen; dit gebouw munt uit door groote netheid.
Het eiland lette e.
Dit eiland ligt ten noordoosten van Timor.
De voortbrengselen zijn hier meestal schapen, var-
kens , geiten, jagong, oebie, sago en groene katjang.
Er worden eenige grove stoffen geweven.
Men maakt onderscheid tusschen de strandbewoners
en Üie van liet binnenland; sommigen meenen zelfs,
dat