Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
563-
op de oostkust, aan Straat Simanroe, en de hoofd-
plaats van den Radja van Lamakera. De huizen staan
digt bij elkander, en zi,jn van bamboes, dat hier veel
gevonden wordt. Van het fort Frederik Hendrik zijn
nog overblijfselen aanwezig. Eertijds trok men van hier
sandelhout, was en katjang; doch nu, reeds sedert
lang, enkel gedroogde en gezouten visch, alsmede traan,
want de bevolking houdt zich, gelijk gezegd is, alleen
met de vischvangst bezig.
In 1613 werd het fort te La%vagang, waarin eene
sterke bezetting van Portugezen lag, door Schot
veroverd, en kreeg toen den naam van Frederik
Hendrik; het is later meer dan eenmaal verlaten, en
op nieuws bezet geworden. Sinds het midden der
i8de eeuw heeft men op dit eiland slechts een' Post-
houder , die te Lawagang zijn verblijf heeft. Ingevolge
van eene overeenkomst met den Vorst van Lamakera,
van het jaar 175Ö, levert deze een honderdtal huisge-
zinnen te Koepang, welke in de vischvangst hun bestaan
vinden, en tevens die hoofdplaats van visch voorzien.
d. DE ZUIDOOSTER-EILANDEN.
Het eiland makisser, of kisser.
Dit eiland is ten noorden van Timor gelegen.
In de laatste jaren is hetzelve zwaar geteisterd. In
1833 verdorde alles, en verstierf alle groeikracht, ten
gevolge van eene buitengewone en langdurige droogte.
Hierop volgde hongersnood, en daarna kwamen ziekten,
en wel de roode- en witteloop. Vele menschen stierven
in dat jaar, gelijk ook in het volgende, want met
den aanvang van 1834 heerschte er op nieuws hongers-
nood. Deze en de roodeloop , die niet lang uitbleef,
sleepten nogmaals een aantal bewoners weg. Eerst in
Mei kwam er regen en verademing; doch dit duurde
voeder niet lang, want in December, 1834, begon
een zware storm te woeden, die vele boomen ontwor-
telde, en ook buitendien zeer veel schade aanrigtte.
In October, 1836, gevoelde men eenige schokken van
aardbeving, die de geheele bevolking met angst vervul-
de; drie maanden duurden de trillingen voort, die
echter meer bezorgdheid dan schade veroorzaakten.
De bewoners van Makisser zijn beschaafd en v.-erk-
zaam.