Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
562-
een Roomsche Priester van Dilly op Timor. De be-
woners van Mandhar en Wadjoe, op Celebes, voeren
van hier uit slaven, vogelnestjes, karet, sandelhout,
wilde kaneel en kapas, welk een en ander zij meestal
regtstreeks naar Sinkapore brengen.
Het eiland solor
ligt, ten oosten van Flores, aan Straat Solor, is
8 mijlen lang en slechts gedeeltelijk vruchtbaar.
De bevolking is tweederlei: die van het binnenland,
of zoogenoemde Alfoeren, met welke Nederlatid te-
genwoordig niet meer in betrekking staat, en de kust-
bewoners. De laatste zijn Mohammedanen, ruw, maar
vreesachtig, en zeer verzot op sterken drank; zg heb-
ben een onaangenaam voorkomen, en staan, om hunne
onreinheid , bij de bewoners der naburige eilanden
in minachting. Deze kustvolkeren, of Maleijers, le-
ven genoegzaam enkel van de vischvangst, behalve
dat de vrouwen eenige ruwe stof weven, waarvan
zij tot kleeding gebruik maken. Zij zouten en droogen
de visch om ze te verkoopen; zij vangen ook karet,
en haaijen, om de vinnen en de traan, vooral wal-
visschen. Tot de vangst der laatste gaan verscheidene
booten of kanoes gezamenlijk uit. Het snoer of de
lijn van den harpoen is aan het vaartuig vastgemaakt,
en zoodra de harpoenier geslaagd en de walvisch
goed is getroffen, springt de manschap overboord en
redt zich op de andere kanoes. De walvisch, door
de naslepende kanoe, in zijne vaart belemmerd, wordt
spoedig daardoor afgemat, en alzoo eene prooi zijner
belagers. Het spek wordt aan stukken gekapt, en
op stijlen aan de zon blootgesteld; de traan druipt
dan in onderscheidene vaten of bekkens, en wordt ver-
volgens verkocht; terwijl van het uitgedropen spek
dinding gemaakt wordt, dat de Solorezen met veel
smaak gebruiken Op dezelfde wijze verkrijgen zij traan
van de haaijen. Ook de spermaceti - visch wordt door
hen gevangen; doch zij verstaan de bereiding der
spermaceti niet. De Solorezen vinden in de ingewanden
der walvisschen weleens ambergrijs, waarvoor zij een'
hoogen prijs maken.
De voornaamste plaats is:
Lawagang. <^f Loewo&jang, het aanzienlijkste vlel<
op