Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
361-
pen van de Engelsche schepen door deze qostelljke
passage op China, en die van andere vaartuigen, wel-
ke op de met gevaarlijke klippen als bezaaide noord-
kust van tijd tot tijd zijn vergaan, niet alleen door
de bevolking vermoord, maar tevens opgegeten zijn.
Ook aan zeerooverij hebben zij zich schuldig gemaakt.
Om deze zeeroovers te tuchtigen, vertrok de Kapi-
tein-Luitenant ter Zee Paling, in Maart, 1838,
van Makasser met de korvet Boreas, de brik Siwa
en twee kruisbooten. Na te Koepang nadere berigten
te hebben ingewonnen, kwam de expeditie tegen het
einde van April in het gezigt van Flores, De hoofd-
plaats van den Radja van Larantoeka en verscheidene
stranddorpen langs de noordkust werden verbrand. De
Radja van Ende werd voor minder schuldig aan die zee-
rooverijen gehouden, en men was dus geneigd hem te
sparen; doch hfl wilde naar geene onderhandelingen
luisteren, en bood hardnekkigen tegenstand, die hem
vrij wat volks (86 dooden) kostte. Eindelijk moest
hij bukken, en zag hij zijne hoofdplaats in brand
gestoken en vernield.
Dit vrij uitgestrekte eiland, ook wel Mangeraai
genoemd, is onder kleine Vorsten verdeeld. Het wes-
telijk gedeelte wordt meer bepaaldelijk Mangeraai, en -
het oostelijk Ende geheeten; het eerste rekent men
als onder Bima, het andere bijzonder onder de Re-
sidentie Timor te behooren.
De voornaamste plaatsen zijn:
Ende, een belangrijk vlek, aan eene vrQ diepe baai
op de zuidkust. Hier hield vroeger een Posthouder
zijn verblijf, en ook later was er nog handel van
Koepang op deze plaats. Thans drijven de Makassa-
ren dien eenigermate in goemoetie - touw, klapper-
, olie, vogelnestjes , tripang, karet, haaivinnen, alsmede
in sandelhout en in het Landschap Ende gewevene
zoogenaamde Endesche kleedjes en doeken, welke op
de omliggende eilanden zeer gezocht zijn.
Larantoeka, de hoofdplaats van het landschap van
dien naam, dat het noordelijk gedeelte des eilands
uitmaakt. Hier hebben de Portugezen in vroeger tijd
een fort gehad, en uit dien hoofde wordt nog wel-
eens door den Radja de Portugesche vlag geheschen.
Ten behoeve der Christenen, die zich hier sedert den
tijd 'der Portugezen bevinden, komt, van tijd toï tijd,
Y 5 een