Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
360-
baai. Hier was vroeger een Posthouder, ook een
Schoolmeester, en men telde er eenige Christenen. De
bamboezen huizen staan digt bij elkander op palen,
met eene bevloering, ongeveer zeven voeten boven den
grond. De woningen zijn ruim en in afdeelingen of
kamers gescheiden; ook heeft iedere woning twee uit-
gangen , waarvan de eene inzonderheid voor de vrouwen
bestemd is. Er is eenige handel, doch van weinig
belang.
Het eiland flores, of endb.
Dit eiland ligt aan Straat Flores, ten zuiden van
de Zee yan Jaya,
Het heeft in het westen de Straat van Mangeraai,
gevaarlijk van wege de eilandjes en klippen, inzonder-
heid omstreeks de westpunt van Flores en in het
naauw der straat; ten zuiden de Tjindano-straat en
den Indischen Oceaan; aan de oostzijde in het zuiden
de Straat yan Flores, en in het noorden het Gat
yan Larantoeka; de noordkust wordt door de Zee
yan Java bespoeld. Hier liggen vele klippen en ei-
landjes, en onder deze Serbette, de Bastard- en Buf-
fers - groepen, Koesa - Linguete en Roesa - Radja, beide
van klippen omgeven, de Bomo - Eilandjes, het Sui-
kerbrood , Grouw, het Outaar enz. De zuidkust is,
deels steil, deels van goede baaijen voorzien, als die
van Borne, waarvoor Tower - Eiland ligt, de Baai
yan Ende, en de zeer ruime Baai Braay, in de
monding van welke het eiland Aloso ligt. Aan de
beide zijden van dat eüand is het vaarwater goed,
en het inkomen in de baai veilig. Men vindt graniet-
bergen en Vulkanen op de zuidkust, zelfs op korten
afstand; de noordzijde van het eiland is minder berg-
achtig.
Behalve de, hieronder bij Ende, gemelde voortbreng-
selen , zijn er buffels, varkens, geiten en velerlei ge-
vogelte , rijst en andere levensbehoeften, fraai ka-
toen voor de weverij, alsmede goud, bezoar en am-
bergrijs.
De bewoners van Flores worden voor roofgierig
en moordzuchtig gehouden. Zelfs wil men, dat op
sommige gedeelten der noordkust, zoowel als in het
binnenland , menschenëters zijn, en dat de manschap-
pen