Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
337-
zijn , voorts in paarden , buffels, varkens, schapen ,
karet en vogelnestjes. De Zuidzeevisschers en de sche-
pen, die te Sidney en op Fan Diemensland te huis
behooren, komen, op hunnen togt naar of van Java
of Sinkapore, hier leeftogt en ververschingen "inne-
men, of zich van de noodige scheepsbehoeften voor-
zien. Te zelfden einde wordt de haven van Koepang
mede door ontdekkingsreizigers of wereldonizeilers be-
zocht, zoo als in deze eeuw, onder andere , door F 1 i n-
ders, Baudin, Freycinet en nog onlangs (in
1840) door den in 1842 zoo jammerlijk omgekomen'
Dumont d'Urville.
Babauw, of Baubau. Dit vlek wordt grootendeels
bewoond door Rottinezen, die hunnen, in i8j8,
wegens opstand, hierheen gebannen' Radja zijn ge-
volgd. Er is een klein fort, eené kerk en school. Het
vlek ligt aan de oostzijde der Baai van Koepang,
ook Baai van Babauw genoemd, en dus veel gun-
stiger dan het 6 mijlen verwijderde Koepang, omdat
de schepen, niet ver van daar, tusschen Tiekoes en
Boerong en den wal achter Hoek Pakola te allen tijde
eene veilige ligplaats hebben. De lucht is hier gezond,
en Babauw is als de sleutel van het binnenland aan te
merken, dewijl men, ook van Koepang, over Babainv
naar de binnenlanden gaat.
Achter Babaww ligt eene uitgestrekte vruchtbare vlak-
te, waar men veel landbouw en veeteelt heeft. Men
bouwt er rijst, jagong, tabak, ananassen, zoete ap-
pelen en eenige groenten, en teelt er buffels en schapen.
Het eiland rottie
ligt ten zuidwesten van Timor, en wordt door Straat
Kottie van Koepang gescheiden.
Aan de westkust is het eiland rotsig en hoog;
aldaar vindt men , als de hoogste punten , Berg Tolai
en Berg Lole, die zich ongeveer 700 voeten boven
den waterspiegel der zee verheffen. De zeewinden ma-
ken hier de lucht frisch; maar de nachten zi^jn dik-
wijls koud. Het land is naar het oosten heuvelachtig,
en verliest zich verder in vlakten , welke door aan-
slibbingen gevormd zijn. Er bestaan slechts beken en
bronnen, die zoet water geven.
Van hier worden paarden, schapen, geiten, rijst,
Y 3 ja-