Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ooo
§ 17. Verdeeling. Al de eilanden, onder S 13 ge-
noemd , als:
a. De eigenlijk gezegde Residentie Timor.
b. De kleine Zuidooster - Eilanden , ook bekend on-
der den naam van Zuid- Banda- Eilandem
ös De Soenda-Eilanden,
a, DE RESIDENTIE TIMOR.
Het eiland timor.
Dit eiland is van eene vrij regelmatige langwerpige
gedaante, en strekt zich van het noordoosten naar het
zuidwesten uit, terwijl het aan beide zijden spits toe-
loopt. Het heeft eene oppervlakte van 418 vierkante
mijlen.
De rivieren zijn zeer ondiep , en laten meestal zelfs
geene kleine vaartuigen toe, ja niet weinige droogen
in de oost-mousson geheel op. Het land is verheven
en bergachtig; doch de bergen zijn niet hoog; als den
hoogsten noemt men den Timaww, die, in gedaante,
naar de Piek van Teneriffe gelijkt, maar veel minder
hoog is. De Timaww ligt in het zuidwesten des ei-
lands , en in dezelfde streek de Masiko en de Ama-
rassie, welke, na den Timaww, voor de hoogste ge-
houden worden. Vulkanen zijn er niet op Timor,
heeft men er kalkformatie, en vele alleen staande kalk-
rotsen, hier tatoes genoemd, ontdekt. Verder bestaan
de bergen uit leisteen, groensteen, siniet, porfier,
ijzer- en magneetsteen; men vindt op dit eiland goud,
koper, malakiet, aardolie en zwavel.
De grond van Timor is voor velerlei voortbrengse-
len geschikt. Als boom en als heester is de indigo
inheemsch; doch de bewoners zijn te traag of te
onkundig, om de kleurstof behoorlijk te winnen.
Koffij, suiker, kakao, kurkuma, peper enz. zouden
hier gemakkelijk kunnen aangekweekt worden; men teelt
echter sluitkool, knollen, erwten, boonen, aardappelen
en verscheidene moesgroenten. Pisang , watermeloenen ,
mangga's en andere tropische vruchten tieren hier wel,
maar zijn minder geurig dan op Java, De bebak- en
loutarboom zijn van groot en algemeen nut; de eerste
dient tot allerlei huisselijk gebruik; de vrucht van
den laatsten strekt den Timorees in de oost-mousson
Y tot