Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
532-
afzonderlijk verheffen; ook groensteen, siniet en por-
fier. De hoogte dezer bergen, die op Balie aanmer-
kelijk is, wordt geringer, hoe verder men oostwaarts
voortgaat; zoodat op Timor, waar het land in het al-
gemeen , en vooral de zuidkust, verheven en steil is,
de hoogte der bergen niet aanzienlijk is. Men treft in
deze streken werkzame en uitgebrande Vulkanen aan,
en, zoo het schijnt, ook Vuurbergen, of stookplaat-
sen onder in zee; want hoewel verder oostwaarts dan
Solor geene vuurspuwende bergen worden gevonden,
zijn aldaar toch slqk- en ziedende zwavelbronnen,
waardoor men aan het bestaan van Vuurbergen moet
denken ; maar daarenboven is de klip Boerong, in de
Baai van Koepang gelegen, in het jaar 1815, door
eene uitbarsting op den bodem der zee in een ei-
land herschapen geworden. Onder de Vuurbergen heeft
de Tomboro, op Sumbawa, zich nog in deze eeuw j
door eene allervreesselijkste uitbarsting, geducht ge-
maakt.
§ 16. Kegeringsvorm, Op vele kleine eilanden zijn
Dorpshoofden, of Orangkayas , die weleens Radja
heeten. Op grootere eilanden voeren de Vorsten den
titel van Radja, Radja-Moeda, of Maharadja, ook
wel dien van Dewa, Goestie, Goestie-Moer a, of
Goestie - Agong. Er zijn Vorsten met eene zoo uitge-
breide magt, dat zij alles erven, wat hunne onderda-
nen bij overlijden nalaten; ook Vorsten, die hunne
magt deelen met Onderregenten, welke den naam van
Fetters en Tommokkons dragen; andere Vorsten ech-
ter bezitten bijna geene magt, daar al het gezag in
handen der leenmannen is.
Het Nederlandsch gezag wordt wel door allen min
of meer erkend , doch niet overal geëerbiedigd. Dit is
daaraan toe te schrijven, dat, sedert het midden der
vorige eeuw, geene Gezaghebbers, of Posthouders,
aldaar gevonden worden, en dat, sinds jaren, geen
Nederlandsch oorlogsvaartuig op de kusten van deze
of gene eilanden zich heeft vertoond, om der bevol-
king hare verpligtingen te herinneren. Vanhier, dat
men zich op eenige eilanden als geheel onafhankelqk
gedraagt, en het zelfs waagt, zich vijandig te too-
nen , wanneer een vaartuig op de kust vervalt, en
er, door het plegen van rooverij, buit te behalen
is.
S 17.