Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
349-
vaardigheid en smaaic bfl het bewerken van bamboes
en kalebassen tot siriedoozen, kokers enz. Hunne
traagheid en gehechtheid aan verouderde gewoonten be-
letten echter allen vooruitgang.
§ 9. Taah Men spreekt op deze talrijke eilanden
onderscheidene talen, die in verschillende taalstammen
haren oorsprong hebben. Op Balie is het Kawi onte-
genzeggelijk de grondtaal; ook verder oostwaarts wijken
de talen, zelfs van digt bij elkander gelegene eilanden,
geheel van elkander af. De voornaamste derzelve zijn,
voor het overige, het Savoeneesch, Soloreesch, Rot-
tineesch , Kissereesch, Lettineesch enz. Op Timor
vindt men het Koepanneesch, Belloneesch en Timo-
reesch. Het Koepanneesch schijnt met het Soloreesch
verwant te wezen, gelijk ook het Belloneesch met het
Rottineesch, doch het Timoreesch meer op zich zelf
te staan.
§ 10. Middelen van Bestaan. De landbouw levert
op: rijst, jagong, gierst, katjang, aardvruchten, tabak,
katoen en een weinig indigo; men heeft er klapper-
en katjang - olie; voorts siroop en sterken drank uit
de bloemen van den loutar- en jagerboom; men gadert
sapan- en sandelhout, was, zwavel en vogelnestjes;
maakt dinding van buffels- en hertenvleesch; vervaardigt
kleedjes en andere katoenen stoffen, en bewerkt goud,
koper, ijzer en suassa, eene vermenging van goud en
koper. Paarden , buffels, schapen en ander vee worden
zoo tot uitvoer als tot ander gebruik aangekweekt. De
visscherij van paarlen, die hier geene bijzondere waar-
de hebben, die van tripang, haaijen, karet en schild-
padden is niet onvoordeelig. Op sommige tijden van
het jaar vertoonen zich, in de nabijheid dezer eilanden,
noordkapers en andere walvisch-soorten in menigte, en
onder deze de spermaceti - visch, schoon men van de
behoorlijke behandeling der spermaceti hier geene ken-
nis heeft. Eindelijk is er ambergrijs, dat zeer duur
verkocht wordt.
§ II. Kapen. Men vindt, van het westen naar het
oosten , op Balie : Hoek Sembrano, Hoek van Taram,
of Tafelhoek , en den Noordoosthoek ; op Lombok: den
Zuidwesthoek, Hoek Kar rang, Rumbeek, den Noord-
westhoek, den Witten hoek en Kandied - hoek; op Sum-
bawa , langs de noordkust: Hoek van Sallee, Peket,
Pato, Sabora, den Rotsigen hoek en den Ruwen hoek;
op