Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
man, die oolc op Nieuw •Guinea in menigte gevonden
wordt. Apen zijn op Timor nog talrijlc; maar ver-
der oostwaarts mist men dit vierhandig gedierte. De
alom bewonderde pronkvogels van Nieuw-Guinea ziet
men er niet, cn waarschijnlijk is de kangoeroe, of
springhaas, op Timor een vreemdeling, althans vrij
zeldzaam.
In het Plantenrijk verdienen hier genoemd te wor-
den het jati- en ander timmerhout, de kasuarine, de
broodboom , de kokos-, sago- en andere palmsoorten,
de wilde kaneel, wilde nootmuskaat, katoen, en voor-
al sapan- en sandelhout; het laatste moet echter dertig
jaar oud wezen, om tot kappen rijp te zijn; voorts
rijst, jagong , katjang, tabak , ook indigo , koffij, oe-
bie, pataten en peper.
Onder de Dieren zijn paarden, buffels, wilde zwij-
nen , herten, vooral van eene zeer kleine soort, scha-
pen , geiten, babi - roussa's , de kangoeroe, kaaiman-
nen , slangen, waaronder gevaarlijke, vleêrmuizen, ■ aren-
den en sperwers, velerlei gevogelte, verscheidenheid
van insekten, ook zeer fraaije, rivier- cn zeevisch,
walvisschen, noordkapers en haaijen.
Van de Delfstoffen komen hier voor: goud , koper,
tin, marmer en aardolie.
§ 5. Inwoners. Deze zijn deels van Hindoeschen
of Javaanschen oorsprong, deels zoogenoemde Alfoeren.
Men meent, dat de bevolking, op sommige punten,
van de Molukken of van Ceram afkomstig is; an-
deren willen eene vermenging van Cerammers en Pa-
poes , of wel van Tenimbrezen, hebben opgemerkt;
er zijn ook afstammelingen van Maleijers en Chinezen
met de Alfoeren vermengd.
5 6. Zeden en Gewoonten, Deze vertoonen eene
zeer opmerkelijke afwijking, naar mate het verschil van
afstamming grooter en het verkeer met andere volken
meer of minder levendig is. Op de meeste westelijke
eilanden ontmoet men gebruiken, die van Hindoesche
afkomst getuigen, zoo als het verbranden der vrouwen
met het lijk harer mannen en de verdeeling in kasten,
waarvan de laagste, bij overlijden, als der begrafenis
onwaardig, aan het verscheurend gedierte en gevogelte
wordt overgelaten. Terwijl men hier het rund uit
eerbied, elders het zwijn uit verachting, niet eet, nut-
tigt men op andere plaatsen vleêrmuizen, apen of hon-
den