Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
345-
daar de handelsvoordeelen toch geenszins de kosten kon-
den opwegen ? Men stelde daarbij tevens als ontegen-
zeggelijk vast, dat geen der kleine militaire posten in
staat was, een' vijandelijken aanval te weêrstaan, en
dat de reeds aanmerkelijke kosten nog zeer zouden moe-
ten verhoogd worden, zoo men op al die eilanden
eene genoegzame magt wilde brengen, om aan die vij-
andelijke aanvallen met goeden uitslag weêrstand te bie-
den. Daartegen beweerde men echter, dat eene gezon-
de Staatkunde allezins gebood, eene kleine bezetting
hier en daar te behouden. Immers, al ware die niet
voldoende, om den smokkelhandel in specerijen geheel
te beletten , zij maakte dien evenwel zeer moeijelijk;
zij strekte tot beteugeling der zeerooverij, en verhin-
derde vreemde natiën, wier mededinging te duchten
was, als zij zich op de verlatene eilanden kwamen
vestigen, om langs dien weg den smokkelhandel na-
genoeg openlijk te drijven. De juistheid der laatste
redeneringen bleek, toen een der zuidooster-eilanden
voor eene korte poos was verlaten geworden. Eerst
na het midden der iS^e eeuw, toen de zaken der Oost-
indische Maatschappij steeds meer en meer verachter-
den, werden de meeste militaire posten op de Soen-
dasche Eilanden enz. allengs ingekrompen en eindelijk
geheel ingetrokken. Men liet al die eilanden aan eigene
krachten over, behalve alleen Timor.
Nadat het Nederlandsche gezag in 1816 en 1817
over den geheelen Archipel weder hersteld was, heeft
men begrepen, dat het minst kostbare en tevens vol-
doende middel, om dat gezag in deze streken te hand-
haven , zou zijn, nu en dan eene brik der gewapende
zeemagt te zenden, welker Bevelhebber tevens in last
zou hebben, gerezene oneenigheden te beslechten en
de Opperhoofden, of aan te stellen, of in hunne be-
trekkingen te bevestigen. Men heeft derhalve thans
op slechts zeer weinig punten bezetting, alhoewel op
de meeste eilanden het verlangen naar dezelve, hoe
klein ook, algemeen is, omdat de bevolking in het
gevoelen verkeert, dat zelfs eenige weinige geoefende
Europesche manschappen genoegzaam zijn, om hen te-
gen zeerooverij- te beschermen.
X 5 I.