Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
542-
De Vorst van Onin is schatpligtig aan den Sultan van
Tidor.
De bewoners van de westkust zijn onderling oorlog-
zuchtig, bijzonder om gevangenen op elkander te ma-
ken, die zij aan de kooplieden van Goram, Kcjjing,
Kelwarie oif van de Aroe-Eilanden als slaven ver-
koopen. Tot hetzelfde einde overvallen de Papoes en
Cerammers soms, met een groot aantal vaartuigen, de
stranddorpen ter westkust. Die gevangenen worden aan
den eenen kant tot op Celebes, en aan den anderen tot
op Balie, als slaven verkocht, en zijn op die plaatsen
zeer gewild.
Dor ei, of Dorei - haven , een wel bevolkt vlek, aan
eene baai, welke door het Branders - Eiland gedekt is.
Hier vindt men veel massooi, ook ambergrijs, en voor-
al verscheidenheid van de fraaiste paradijsvogels. Deze
plaats, zoo men meent door Beadjous van Borneo be-
volkt, telt vreedzame bewoners, wier groote woningen,
inwendig in de lengte door een' gang afgescheiden, op
palen boven het water gebouwd zijn. Smalle en lange
bruggen strekken tot gemeenschap van het eene gebouw
met het andere. Sommige Fransche reizigers hebben
Dorei in deze eeuw meer dan eens bezocht, en zijn
er eenigen tijd verbleven, om verversching in te nemen.
Dorei ligt ten noordwesten van de Geelvinksbaai,
aan eene bogt, gevormd door den Groenen-, of Vlak-
ken hoek en Boompjes westhoek, en heeft het Arfak-
Gebergte ten westen en zuidwesten.
Het landschap behoort onder het gebied des Sultans
van Tidor, die er, van tijd tot tijd, een vaartuig heen
zendt, om schatting of geschenken te halen. Men merkt
hier een wezenlijk onderscheid op tusschen de bewo-
ners der kust en die van het binnenland. De laatste
zijn sterker van ligchaamsbouw en vlugger, doch tevens
meer schuw dan de kustbewoners of de zoogenoemde
Papoes. Deze hebben alhier een minder terugstootend
voorkomen dan op de westkust. Men wil echter, dat
er koppesnellers gevonden worden.
Kawak, eene kleine haven, op de noordkust van het
eiland IFaigeeuw. Men vindt er hoenders, varkens,
groenten, vruchten, schildpadden , visch en andere le-
vensmiddelen. De bewoners zijn schuw, doch van be-
tere geaardheid dan op Nieuw-Guinea. Hieromstreeks
vindt men groote bosschen met velerlei houtsoorten.
Het
m