Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
541-
noordkust, tot en met de Geelvinksbaai, alsmede de
Papoesche Eilanden, zijn schatpligtig aan den Sultan
van Tidor, en langs die kusten, meer nog dan langs de
westkust, wordt de Nederlandsche vlag geëerbiedigd, als
die van den Vorst, aan wien men, boven den Vorst
van Tidor, ontzag en onderwerping verschuldigd is.
s 17. Verdeeling. Het binnenland van Nieuw-Gui-
nea is nog niet bekend, en van de kusten heeft men
slechts eenige punten opgenomen; dus kan m.en geene
verdeeling opgeven; wij bepalen ons tot de volgende
plaatsen:
Fort Du Bus. Dit fort werd in 1828 aangelegd,
en zag op den 245101 Augustus van dat jaar voor het
eerst de Nederlandsche vlag hijschen , terwijl de Rad-
ja's, Radja-Moeda's, Hoekoms en Singadjies der na-
burige landschappen en nabijgelegene eilanden den eed
van onderwerping en getrouwheid aflegden. Het is
slechts klein, bestaat voornamelijk uit paalwerk en ligt
in het landschap Merkus -oord, ten zuiden van den
berg Lamantsjirie, aan de Bogt van Merkus-oord,
welke in de Tritonsbaai uitkomt. Langs den west-
wal , en onder Hoek Koemoera, komt men uit de
Tritonsbaai in de bogt met langzaam afnemende diepte
van 32 tot 5 vademen modder- en kleigrond. Van wege
de moerasdampen, wordt Merkus-oord voor zeer onge-
zond gehouden, hetwelk de reden is, waarom men
deze bezitting en het fort naderhand weder verlaten
heeft, en nu tot den vorigen natuurstaat laat te-
rugkeeren. — De voortbrengselen alhier zijn massooi,
muskaatnoten, rosamale- en belisharyhout, paradijsvo-
gels, een weinig sago en vogelnestjes, alsmede veel
visch.
Roema - Bati , of Roemah - Batoe , de hoofdplaats
van het landschap of Rijk Onin. Hier valt veel mas-
sooi , gelijk er ook muskaatnoten, vogelnestjes, olie,
katjang, doch niet veel, en andere aardvruchten gevon-
den worden. De Gorammers en KefHngers zijn de
eenige, die hier handel drijven.
Het Rijk Onin ligt ten noorden van de Rijklof
van Goens-baai, en grenst in het noorden aan het
landschap Sergil, of Sergiel, dat zich van Hoek
Sabelo, langs Straat Gallowa en verder ten noord-
oosten, tot omstreeks Kaap de Goede Hoop uitstrekt.
X s De