Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
1'rjm
340-
de baai zelve, van Geelvinks westhoek te beginnen, het
Branders-Eiland, de Zandige Eilandjes, de Boeze-
roenen, Engano, het Gebroken Eiland, de Boompjes-
Eilandjes, door een klippig rif vereenigd, Panjang,
Leiden , Vader Smit, de Haarlemmerlanden, zijnde
eene groep eilandjes, het NotendopjeTersehelling en
Dwars in den Weg,
§ 14. Binnenwateren. De rivieren, die aan de west-
kust in zee vloeijen, schijnen weinig water af te voe-
ren en niet belangrijk te wezen; de voornaamste zijn
de Valsche Oetanate, de Oetanate en de Wamoeka,
welke door een rif gesloten is; ook de noordwestkust
schijnt geene groote rivieren te hebben. Aan den zuid-
hoek van Speelmansbaai is een fraaije waterval, ayer-
gitti-gitti genoemd, die op twee mijlen afstands uit
zee zigtbaar is, en van het hooge voorgebergte, schil-
derachtig kronkelende, naar het strand vloeit en heerlijk
drinkwater geeft.
§ 15. Bergen, Als men, van het zuiden af, de
westkust nadert, ontdekt men eerst omstreeks de Oe-
tanate eenig gebergte, en verkent het land aan drie
tafelbergen. De Lamantsjirie, in het landschap Mer-
kus-oord, heeft eene hoogte van 2700 voet; van daar
ziet men landwaarts bergketens met lager voorgebergte,
alle in de rigting van het noordwesten naar het zuidoos-
ten. Die bergen bestaan hoofdzakelijk uit kalkrotsen;
terwijl kale, naakte en steile spitsen zich hier en daar
uit het met bosschen digt bezette gebergte verheffen.
Aan de noordkust heeft men in het binnenland verschei-
dene bergen van aanzienlijke hoogte. Ook in de nabij-
heid der kust zijn hier bergen. Aan de Kaap de Goede
Hoop ziet men den Tafelberg en Leeuwenbil, beide om
de overeenkomst met de gelijknamige bergen, aan den
zuidelijken uithoek van Afrika, aldus genoemd. Het
vrij hooge Arfak-Gebergte verheft zich achter den
Groenen hoek, en is ver uit zee zigtbaar; hetzelve
bestaat uit basalt-rotsen.
§ 16. Regeringsvorm, De Dorpshoofden voeren den
titel van Orangkaya, of Orang - Moeda, ook dien
\sn Radja , Radja-Moeda, Hoekom, Singadjie enz,',
doch hunne magt is niet uitgestrekt. In het voornaam-
ste gedeelte van de westkust maken de Gorammers, Kef-
fingers en Wadjorezen aanspraak op het uitsluitend gezag,
althans op den uitsluitenden handel. De noordwest- en
noord-