Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
332-
Men vindt rivieren en bergen op Timor • Laut doch
van de gesteldheid of voortbrengselen van dit eiland
weet men bijna niets. Labober ligt te midden van
een aantal eilandjes, klippen en banken; hier verheft
zich een piekberg, welke vrq hoog schijnt te wezen,
misschien omdat de eilandjes, die Labober omringen,
zoo laag liggen.
Deze eilanden worden van tijd tot tijd door Engel-
sche vaartuigen van Sinkapore en door Whalers (wal-
vischvangers op de Zuidzee) bezocht. Op die wijze
geraken de inwoners in het bezit van schietgeweer en
buskruid, waarvan zij zich nu en dan tegen de Euro-
peërs bedienen. Vooral zijn het de Engelsche vaartui-
gen , die zij verraderlijk overvallen, en waarvan zij de
bemanning vermoorden en de goederen plunderen. Nog
slechts weinig jaren geleden, heeft dit meer dan eens
op Timor - Laut en , volgens sommigen , ook onlangs
op Vordate en Larrat plaats gehad.
De Tenimbrezen onderscheiden zich door hunne taal
en nog meer door hunne gestalte van de bewoners de
andere eilanden in deze streken. Zij zijn groot, wel
gemaakt, blanker van kleur en hebben regelmatige ge
laatstrekken, welke meer met die der Europeërs over
eenkomen. Met de vrouwen is het even zoo gelegen
alhoewel zij hier, even als. op de mdtxe Ooster-Eilan
den, met het zware werk en den landbouw belast zijn
De mannen der mindere klasse gaan veelal geheel naakt,
en de vrouwen hebben slechts een klein stuk lijnwaad
om de heupen geslagen. Het inwendige der woningen
is verschillend; in hunne gebruiken wijken zij, boven-
al bij het begraven hunner dooden , van de andere be-
woners af. In de nabijheid hunner praauwdaken, niet
ver van het strand, wordt namelijk het lijk in eene
kist, op paalwerk, 4 of 5 voeten boven den grond
geplaatst, en omringd met een hekwerk van kortere
paaltjes, waaraan mandjes met vruchten, hoenders en
andere eetwaren, overeenkomstig het vermogen der na-
blijvenden, worden gehangen. Van tijd tot tijd vernieuwt
men de mandjes met eetwaren; later steilen de aan-
zienlijken den schedel in de woning openlijk ten toon.
Is de kist vergaan, zoo werpt men de beenderen bij
elkander in eene rotskloof.
Het Christendom is er sedert lang in eenen staat
van kwijning. Evenwel treft men nog overblijfsels aan
van