Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
331-
eenige gebeden, soms in het lezen eener gedrukte leer-
rede, en het gezamenlijk opzingen van godsdienstige
liederen, alles in het Maleisch, waarin hij aan de jeugd
onderwijs geeft.
Durjella, de hoofdplaats van Wammer, op de west-
kust. Dit dorp is regelmatig en net aangelegd, en draagt
blijken van welvaart. De huizen, op palen gebouwd,
bestaan meestal uit meer dan één vertrek. De talrijke
inwoners zijn Christenen, die het schoolonderwijs vlijtig
bijwonen. De kerk is niet groot, doch zeer goed
onderhouden.
Dobo, in het noordoosten van M^ammer, bestaat ei-
genlijk uit eene zandige landtong , waar de kil, of zou-
te kreek, langs de noordkust van het eiland, vol riffen
is, welke bij laag water droog worden, zoodat er
slechts een bogtig en eng vaarwater overblijft van 8
tot 10 vademen diepte. De lucht is hier gezond; men
vindt er levensmiddelen, goed drinkwater en veel visch,
waaronder vooral de kakap in overvloed.
Dobo is de voorname handelplaats van de Aroe-Ei-
landen. Met de west-mousson komen de handelsvaar-
tuigen , niet enkel van de K.ey - Eilanden, van (joram
en andere naburige plaatsen, maar zelfs van Makasser,
van Soerabaia en van Sinkapore. Wanneer de hande-
laars met de oost-mousson vertrekken, wordt Dobo
door de bewoners van Aroe tot het volgende handelsai-
zoen weder verlaten. Men haalt van hier vogelnestjes,
paarlemoerschelpen, paarlen , schildpad, karet, amber-
grijs en was, ook massooi en paradijsvogels, van
Nieuw-Guitiea aangebragt, inzonderheid veel tripang.
De tenimber-archipel.
Omtrent de bijzondere eilanden zie men § 13.
Zij bestaan veelal uit koraalklippen, en zijn meest
door klippen en riffen omgeven, of onderling verbon-
den. Vooral in het westen van Maro, tot en met de
ITauw- Eilandjes, is het vaarwater daardoor zeer gevaar-
lijk. Op de grootere eilanden vindt men heuvels en laag
gebergte, en sommige hebben velden met welig groei-
jende aardvruchten , of bosschen met onderscheidene
palmsoorten en ander nuttig geboomte. Op de klei-
nere eilanden zijn varkens, geiten en hoenders; op
de grootere ook hoornvee, hoewel klein van soort.
Men