Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
338-
door Oudsten, of Orangkayas. Op sommige eilanden
bestaat eene soort van' federatief bestuur, want de
Dorpshoofden komen bij elkander, om te beraadslagen
en besluiten te nemen, wanneer liet de algemeene be-
langen geldt. Men toont zijne onderwerping aan het
Nederlandsche Gouvernement door eene Nederlandsche
vlag, die aan de Dorpshoofden, in de 1eeuw, of
later, ten teeken van onderscheiding, werd uitgereikt,
te hijschen, zoo dikwijls er een Europeesch schip ver-
schijnt. De Dorpshoofden worden ook, bij gelegenheid,
dat hier Nederlandsche Ambtenaren, of Zeeofficieren,
aankomen, benoemd, of althans bevestigd, die soms
ook de gerezene geschillen beslechten.
17. VerdeeUng. Dezelfde als onder § 13 is in
acht genomen.
De key- archipel.
De onderscheidene eilanden van dezen archipel zijn bij
§ 13 opgegeven.
De voornaamste derzelve liggen vrij hoog boven den
zeespiegel. Aan de westzijde van Groot- en Klein' Key
heeft men, op onderscheidene plaatsen, goeden anker-
grond ; doch langs de oostkust loopt de oever veelal
steil af. Aldaar is derhalve het naderen bezwaarlijk en
gedurende de oost - mousson niet zonder gevaar; ook
wordt de oostkust dier beide eilanden hoogst zelden
door Nederlandsche vaartuigen bezocht.
De uitvoer van deze eilanden bestaat uit sago , kat-
jang, oebie en andere levensmiddelen, olie, dinding,
tripang en visch, alsmede grof aardewerk. In de 17de
eeuw en in het begin der iS^e werden hier de specerij,
boomen meermalen uitgeroeid. Men vond in de 17de
eeuw Christenen op Groot- en Klein-Key; doch thans
zijn er, naar het schijnt, slechts weinige, en de meeste
bewoners zijn Heidenen of Mohammedanen.
De voornaamste plaatsen zqn:
Laer, een aanzienlijk vlek op de westkust van Groot-
Key, met eene goede reede aan de Bogt van Laer,
alwaar men op negen vademen zandgrond eene anker-
plaats voor schepen, en nader aan den wal voor klei-
nere vaartuigen vindt. Van hier wordt handel op Ban-
da en de Ceramsche Eilanden gedreven.
Doela , op Klein - Key , aan eene goede baai, door
Key.