Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
327-
sa-Tello- groep, in liet westen, de Tjandie- groep, in
liet noorden, en de eigenlqke Key - Eilanden, in het
oosten, van welke Key- Wattelee ten oosten Groot-
Key, en ten zuidoosten Klein - Key heeft; voorts de
Ketember - Eilandjes, die , alle onderling door een rif
met elkander vereenigd, de meest zuidelijke zijn van
dezen Archipel, en de Fadool- of Verdool-Eilandjes
in het noordwesten hebben.
b. Aroe-groep. Deze zijn door ondiepe geulen of
zout-waterkreken gescheiden, en worden in voorwals-
of westelijke, en achterwals- of oostelijke verdeeld.
Van het noorden naar het zuiden vindt men de voor-
wals - eilanden Wassier , Toba, Boeär, of Boehar ,
Wadjier, of IVodgier, H'okang, Wammer, of Guam-
mer, en Babie, die alle tot de kleine Aroe - Eilanden
behooren; grooter zijn Maykoor en Tranna; doch we-
der tot de kleine brengt men Bahie, Kree en Batoe-
Goyang.
De achterwals • eilanden zijn Noba , IVarria, Jod-
din , Kola , Wanna, Kalfanie , Narim , IVattelee ,
Dokor , Karwaro, Kobrohor, veel grooter dan een van
de andere eilanden der groep , Jobdie en Workay , dat,
hoezeer veel kleiner, dan Kobrohor, evenwel, na dit,
het grootste is der achterwals-eilanden, waarvan de
meeste klein zijn, en verscheidene der laatste niet op-
genoemd worden.
c. Tenimber' Archipel: Timor - Laut, het grootste
van de oostergroepen. Van het noorden naar het zui-
den , ten noorden of langs de westkust van dit eiland,
liggen Moelo , Maro, de Limia - Eilandjes, gedeel-
telijk slechts klippen, en meest alle onderling door
riffen vereenigd, Koetang, Panjang , dat, met Meye en
Teen, kort onder dè noordkust van 'Tinior - Laut is
celegen. Maling, Labober, het Zoetwater - Eiland, de
Wauw- en de Serra- Eilandjes, waarvan Serra het
grootste is. In het noordoosten van het groote eiland,
waarnaar meermalen de geheele groep wordt genoemd,
vindt men Vor date, het grootere Larrat en het kleine
Schildpadseiland.
§ 14. Binnenwateren, en § 15. Bergen. Van wege
de mindere bekendheid met het inwendige, is hiervan
niets op te geven.
§ 16. Kegeringsvorm. Het gezag wordt gevoerd
door Dorpshoofden, of Opper - Orangkayas , of ook
W 4 door