Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
^ssmmm'.Lm ' «t, - •
31«;
g 9. Taal. Tot welke taalstammen dte talen uf di-
alecten op deze eilanden behooren, is onzeker. Die
van Jroe hebben, zoowel als de Tenimbrezen, eene
eigene taal. Op den Key-Archipel is het Maleisch meer
bekend dan op de beide andere groepen, dewijl de
eilanden van denzelven meer de algemeene wijkplaats
hebben uitgemaakt dan de Aroe- en Tenimber - Archi-
pels; zoodat de verscheidenheid van tongvallen de be-
woners meer met het Maleisch gemeenzaam heeft doen
worden.
§ 10. Middelen yan Bestaan. Deze zijn landbouw,
doch slechts voor zooverre katjang en oebie aangaat,
en scheepsbouw; voorts het gaderen van vogelnestjes,
parelvisscherij (de paarlen zijn echter niet bijzonder fraai)
en het rapen van paarlemoerschelpen 4 alsmede visch-
vangst, schildpad-, karet- en bovenal tripangvangst. Al-
les, wat tot de visscherij betrekking heeft, is meer
bepaaldelijk een voorwerp van handel; doch men wacht,
totdat de kooplieden gekomen zijn, en maakt veelal
overeenkomst wegens den prijs, alvorens op de parel-
visscherij , de tripangvangst enz. uit te gaan.
§ II. Kapen. Bij de weinige bekendheid van de
hoeken en kapen, kunnen er geene benamingen van op-
gegeven worden.
§ 12. Zeeboezems en Straten. De Bogt yan Laer,
op de westkust van Groot-Key , de Baai yan Doela ,
in het noorden van Klein - Key , de Keystraat, in het
noordoosten, en de Straat yan Doela, in het noord-
westen van Klein - Key. De Aroe - Eilanden zijn , van
het noorden naar het zuiden, door de zoute geul of het
enge vaarwater Kobie - Wato, in voor- en achterwals -
eilanden gescheiden; de geul, of kil Maber-Wato,
ten noorden langs de eilanden MayJcoor, of May kor,
en Kobrohor, en de geul, of kil May koor - Wato , of
de Soengie- May koor -Wato, ten zuiden langs de beide
gezegde eilanden; de Straat yan Aweer scheidt het
eiland Vordate van Larrat, terwijl het laatste door de
Timor - Laut - straat, of de Straat van Watidal, van
het groote 2"imor-Laut gescheiden wordt; de Straat
yan Maktia loopt langs de westkust van dat eiland,
tusschen Timor - Laut en Serra.
§ 13. Eilanden. De drie groepen of archipels ieder
afzonderlijk:
a. Key - Archipel. Deze bestaat uit de kleine Noes-