Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
335-
en Papoes; volgens anderen echter vormen zij eenen afr
zonderlijken stam. De Tenimbrezen onderscheiden zich
geheel van hunne naburen; zij zijn slanker en grooter
dan de Alfoeren of de Papoes, de Maleijers of de Java-
nen ; en men wil tevens , dat zij de volkeren der andere
eilanden in beschaving overtreffen. Van deze volkeren
staat de Papoe gewis op den laagsten trap. Onder de
Papoes is het geenszins vreemd, dat zij hunne kinderen
als slaven verkoopen , wanneer de voorraad van levens-
middelen schaarsch wordt, hetgeen hier niet zeldzaam
is; maar zij verkoopen hen ook, wanneer er kooplie-
den komen met voorwerpen, die zij gaarne zouden be-
zitten , doch niet betalen kunnen. Men verhaalt zelfs,
dat hunne gevoelloosheid zoo ver gaat, dat de een
in dergelijke gevallen zijne kinderen gereedelijk aan den
anderen leent, ingevalle de kinderen, die verkocht
zullen worden, niet oogenblikkelijk aanwezig zijn.
§ 6. Ztden en Gewoonten. Waar het verschil van
beschaving zoo groot is, moet ook dat in zeden en
gewoonten aanmerkelijk wezen. De Tenimbrezen wijken
van de overige bevolking het meest af, waarvan, bij
de behandeling van den Tenimher - Archipel, een paar
trekken zullen worden medegedeeld. De huizen staan
meestal op palen, in kleinere of grootere gehuchten of.
vlekken vereenigd, ook op hoogten of rotsen in de
nabijheid van het strand.
§ 7. Godsdienst. Er zijn Heidenen, Mohammedanen
en Christenen. De eerste hebben, naar men meent,
geen of zeer weinig denkbeeld van Godsvereering, maar
er bestaan velerlei gewoonten en gebruiken, die men
hier en daar ook bij de Mohammedanen en Christe-
nen terugvindt. Voor het overige beschouwen zij zich
als onderworpen aan de Christenen. Het Christendom
heeft wel, sedert het midden der 17de eeuw, vooral
op de beide noordelijke groepen, veel opgang gemaakt;
doch, daar het onderwijs, gedurende eene geheele eeuw,
veelzins verwaarloosd werd, zoo bestaat het, op de
meeste dorpen, weinig meer dan in naam.
§ 8. Kunsten en Wetenschappen. Deze schijnen hier
geheel onbekend te wezen. Evenwel leggen de strand-
bewoners, die meer met Europeërs en andere natiën
omgang hebben, in verschillende zaken, en ook bij
het bouwen hunner vaartuigen , vrij veel vernuft aan
den dag.
W 3 § 9-