Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.Vil
Beide eilanden zijn laag, zeer vrnchtbaar en met kokos-
boomen en ander geboomte als overdekt.
Deze eilanden zijn sterk bevolkt. . Er groeiden voor-
heen veel specerijboomen; doch die werden, sedert
1648, van tijd tot tijd, van wege de Oostindische
Maatschappij omgehakt, hetgeen aanleiding gaf tot op-
stand , en zamenspanning met de Oost-Cerammers van
het landschap Zelocr, als ook met de bewoners van
Ceram- Laut en die van Goram. In 1658 werd de
sloep De Spreeuw onverwacht vijandelijk aangetast. De
Nederlanders schoten tegen de aanzienlijke overmagt te
kort, en reeds waren twaalf vijanden aan boord van
den Spreeuw binnengedrongen, toen de bemanning zich
met deze in de lucht liet springen.
De Keffingers zqn Mohammedanen, en geen dorp is
zonder tempel. Ieder dorp vormt een' onafhankelijken
Staat, en heeft een eigen Dorpshoofd; alle erkennen
echter het Nederlandsch oppergezag.
De voornaamste plaats is:
Kellie - Loboe. Dit vlek is met klipsteen ommuurd;
ieder huis staat afzonderlijk, te midden van eenig ge-
boomte , op paaltjes, vier voet boven den grond. Er
heerscht veel welvaart, inzonderheid door den handel-
geest der bewoners, die tevens zeer stoute en onver-
schrokkene zeelieden zijn.
De goramsche eilanden.
Deze liggen ten oostzuidoosten van Ceram. Het is
gevaarlijk, dezelve te naderen, van wege de naburige
koraalbanken of uitstekende riffen. Om deze reden is
het vaarwater tusschen Salawako en de Ceram- Laut-
groep onveilig. Ook naar het zuidwesten steekt van
Salawako een rif uit. Aan de oostzijde kan men het
eiland naderen in eene baai, die door Goram en Ma-
nawolka beschermd wordt. Dit laatste heeft echter
ook in het noordwesten een rif; is voor het overige
hoog, en daarenboven aan een' piekberg met eene
platte kruin kenbaar.
Goram is het grootste en volkrijkste der drie eilan-
den. De vlugtelingen van Balie en Sumbawa, inzon-
derheid van het laatste, na de noodlottige uitbarsting
van den Tomboro, maken een gedeelte uit der bevol-
king. Deze zijn onderworpen aan de Gorammers , en
W be-