Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
318-
der heeft men ten zuidoosten Maclarong en Rarak,
Groot- en Klein-Keffing, digt onder de zuidoostkust
van Ceram, en Gisser, laag, klein van omvang, en om-
ringd door koraalriffen en koraalgronden, welke zich ten
zuiden ver in zee uitstrekken; het heeft enkel aan de
westzijde een goed vaarwater; Kelwarie ligt hooger, is
rotsachtig, en, even als Gisser, door koraalriffen om-
geven; de Ceram-Laut-groep, uit een aantal meest
kleine eilandjes en boven water uitstekende koraalklippen
bestaande; de Goramsche Eilanden, als Salawako, Go-
ram en Manawolka, welk laatste, in het zuiden gele-
gen, Salawako in het noordwesten en Goram in het
noordoosten van zich heeft; de Matebello - groep, of
Matebello-Archipel, waaronder verscheidene lage eiland-
jes , meest door koraalriffen omringd, en onder deze
het zoogenoemde Gevaarlijke Eiland; de voornaamste.
Groot- en Klein-Matebello en Koeserooi, liggen nage-
noeg twee mijlen van elkander, zijn hoog en op merke-
lijken afstand zigtbaar; het laatste heeft aan de oost- en
westzijde eene tamelijk veilige haven. Ten zuiden van
den Matebello - Archipel volgen Theuwer , of Theor ,
waarop een Vuurberg is, die zich meermalen door ge-
weldige uitbarstingen heeft gekenmerkt; de Boen-Eiland-
jes, waarvan Groot-Boen ten westen, maar Klein-For-
tuin en Toppershoedje meest oostwaarts gelegen zijn;
de Kauv/er-, of Kamer - Eilanden, zijnde Groot-Kau-
wer, of Keymer, ten noorden, en Klein-Kauwer, of
Koer, ook wel Koeneloer, ten zuiden.
§ 14. Binnenwateren. Rivieren zqn op Ceram na-
genoeg onbekend; op de andere eilanden vindt men
slechts beken of althans onbelangrijke wateren. Op Ce-
ram zijn echter meren; ook op de kleinere eilanden,
als op Gisser, waar een meer is met veel visch.
§ 15. Bergen. Ceram wordt van eene bergketen
doorsneden, die zich oostwaarts in takken verdeelt.
Men schat het hoogste gedeelte op ongeveer 8000 voe-
ten. Op de kleinere eilanden zfln geene bergen van
noemenswaardige hoogte. Of er andere Vuurbergen zqn
dan die van Theuwer, is onzeker, doch niet onwaar-
schijnlijk.
§ 16. Regeringsvorm. De Dorpshoofden heeten
Radja, ten ware zij den Hollandschen titel van Majoor
of een' dergelijken hebben verkregen. Soms voeren ook
Orangkayas, of Oudsten, het bewind; op enkele plaatsen
wordt