Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
311-
door de lütbarsüngen, welke de gloeijende stoflen en
de heete asch over die eilanden uitstrooijen, waar zij
alles verbranden of verzengen.
In het algemeen houdt men hier de iiitdampingen van
den Vulkaan nadeelig voor den mensch, en meent men
daaraan eene grootere sterfte dan elders te moeten toe-
schrijven. Ook worden bepaalde jaren opgenoemd, waar-
in aanstekende ziekten heerschten , die velen menschen
het leven gekost hebben, terwijl deze nu eens meer
bepaaldelijk onder de burgers gewoed, en dan weder
meer in het bijzonder de inlandsche bevolking geteisterd
hebben. Als zoodanig noemt men vooral de jaren 1688,
1692, 1693 en 1715; een tijdvak, ook door andere
oorzaken alhier zoo rampvol. In 1693 verloren de
ingezetenen op die wijze ruim 700 slaven.
De aardbevingen duren hier gewoonlijk, met kortere
of langere tusschenpoozen , maanden achtereen , en gaan
meermalen van waterberoering vergezeld; doch gedu-
rende zoodanig tijdvak heeft men veelal slechts eens,
of althans niet meer dan enkele reizen, eene groote he-
vigheid van aardschudding te vreezen. Men gewaagt,
onder andere, van de waterberoering op den isten Au-
gustus , 1629. Het water rees toen plotseling tot 25
voet boven het hoogste peil; huizen en menschen wer-
den in zee gesleept, en een stuk geschut, 3500 te
zwaar, werd door de kracht van het water 36 voet
ver voortgestuwd. Men had eenigen tijd te voren drie
schepen, ieder met 400 ton steen geladen, doen zin-
ken, om te NeirA een zeehoofd aan te leggen; maar
er was geen spoor van dat alles meer te vinden. In
1683 duurden de aardschuddingen ongeveer vier maanden
lang; en in het midden van October waren de schok-
ken zoo hevig, dat de meeste gebouwen op Neirä,
op Groot-Banda, en zelfs op Aay, instortten of on-
bruikbaar werden. Even zoo ging het in 1816, be-
halve dat toen de verwoestingen zich niet tot Aay
uitstrekten. Eene der grootste waterberoeringen, ver-
gezeld van aardschudding, had plaats op den lode»
Mei, 1751. Het scheen, alsof alles, wat niet door
de zee verzwolgen werd, geheel zou worden omge-
keerd J Ontzettend was de angst der geheele bevol-
king, aanzienlqk en algemeen de schade. Tot bewijs
van de schrikbarende werking dier Natuurverschijnse-
len kan dienen, dat zes stukken geschut (twaalfpon-
V 4 ders)