Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
507
clen op de rots gevonden! Hun heldhaftige dood wekte
bewondering en ontzag bij de Bandanezen.
Men vindt hier sagopalm en visch, alsmede moes-
groenten en gevogelte. Er is ook goed rundvee, de-
wijl de weiden beter zijn dan op de overige Banda-
Eilanden.
De voornaamste plaats is :
Lonthoir, te voren een aanzienlijk, thans een onbe-
duidend vlek, omdat de meeste perkeniers op hunne
plantaadjes wonen. Enkele ingezetenen der stad Neirci
hebben hier een bamboezen huis, om er den nacht
door te brengen, vermits dit eiland voor gezonder
wordt gehouden dan Neird, alwaar men meer onmid-
dellijk de zwaveldampen van den Vuurberg te duchten
heeft. Van de landingsplaats klimt men ruim 300 stee-
nen trappen naar boven, alvorens men het vlek bereikt,
waar een net kerkje en eene school gevonden worden.
Het fort Hollandia ligt kort achter, en iets hooger
dan Lonthoir; het is reeds in 1624 gebouwd, voor
het laatst in het midden der iS^e eeuw aanmerkelijk
hersteld, doch sedert weder geheel in verval geraakt.
Deze landingsplaats was vroeger door eene halve maan
gedekt.
Het inkomen van het Gat van Lonthoir is bezwaar-
lijk , omdat het vaarwater eng is, en eene grondelooze
diepte heeft. Aan de zijde van Lonthoir, zoowel als aan
de overzijde, heeft men een' rotsigen oever, voor wel-
ken gevaarvolle klippen liggen; van den Goenong-Apie
loopt daarenboven een rif, dat den doortogt tot op eene
scheepslengte vernaauwt. In de baai zelve heeft men
onder Groot - Banda eene ankerplaats , de Portugesche
Kei genoemd, en iets verder, bij Komhir, of Kom-
bier, de waterplaats, waarheen het water, door bam-
boezen buizen, uit het gebergte geleid wordt : eene
eenvoudige manier van het aanleggen van waterleidingen,
welke niet zeldzaam is in deze streken.
Op dit eiland vindt men overblijfselen van verscheide-
ne forten, waarvan de aanzienlijkste zijn geweest Wayer
en de Morgenster. Het fort Kuilenburg ligt aan den
Vogelhoek, en beschermt het Celamsche Kanaal,
Aa y.
Dit eiland, ook Way genoemd, en dat ten noord-
V 2 oos-
i