Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
316-
der tegenwoordige eeuw, bijna zonder verdediging, in
handen der Engelschen gevallen.
Als eene oudheid beschouwt men hier eene vlag,
door den Gouverneur-Generaal Koen, in 1621, aan
de bewoners van Neirä geschonken. Bij plegtige ge-
legenheden wordt deze vlag te voorschijn gebragt, en
alsdan versiert zij gewoonlijk het voornaamste staatsie-
vaartuig , waarmede de aanzienlijke personen, die ter
reede komen, worden verwelkomd.
Groot-band a.
Dit eiland is ten zuidoosten van het vorige gelegen.
Groot - Banda, ook wel, naar het wester - district, of
Lonthoir, of wel Banda - Lonthoir, en tevens het
Hoogeland genaamd, werd in den aanvang der i7''e
eeuw gewoonlijk onderscheiden in Lonthoir, of het
westelijk gedeelte, en in Celamme, of het oostelijk
gedeelte. Eigenlijk behooren echter die beide benamin-
gen uitsluitend aan de binnenkust. Deze binnenkust
'loopt glooijend af naar het strand, dat grootendeels
door klippen en een daarlangs loopend rif onveilig ge-
maakt wordt. De buitenkust is rotsig, en hier en
daar hoog en steil.
Het eiland is vol bosschen, veelal van muskaat-,
alsmede van kanarieboomen , jamboes en kasuarine,
langs de hooge bergruggen, steile rotsen en in de
diepe valleijen. De voornaamste bergen zijn Orang-
Datang, of Data (de menschen komen), en Calha-
Bocca (houd den mond digt), ook wel Kasteleinshoog-
te genoemd. Het geheel van dit eiland vertoont zich
zeer schilderachtig, waartoe heldere beekjes, of tus-
schen de rotsen heenslingerende, of in de vallejjen af-
dalende , veel bijdragen. Doch de trillingen van den
bodem scheuren soms groote rotsblokken af, die, met
donderend geweld naar beneden stortende, alles mede-
slepen , huizen verbrijzelen en menschen vermorzelen.
De Batoe-Hollanda is eene klip aan de westkust
van Groot - Banda, in welker nabijheid, in het tweede
tiental jaren der 17de eeuw, eenige Nederlanders, door
eene overmagt van Bandanezen vervolgd, de wqk na-
men. Meer en meer benard, en op het punt van in
handen hunner vervolgers te geraken, wierpen zij zich
van de hoogte neder, en hunne verminkte Iqken wer-
den