Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
502-
de foelie, volgens kattie-Banda, of 5| gg, zoodat 28
kattie 161 Ë; uitmaakten; doch de prijs werd spoedig,
door de mededinging der Engelschen, verhoogd, zoo-
dat dezelfde hoeveelheid foelie, bij voorbeeld, die, in
1599, 60 Rijksdaalders gold, in 16x6, met 100 Rijks-
daalders betaald werd. In 1626 werd het Land in per-
ken of plantaadjes verdeeld , van 25 ziels land, de
ziel van 50 vierkante roeden, en aan de Nederlanders
in erfpacht uitgegeven , met bezwaar van 'tienden, en
bij overgang of overdragt aan een' ander' met last van
25 ten honderd van de waarde of koopprijs , welk laat-
ste sedert tot 10 ten honderd is verminderd geworden.
In dier voege werden uitgegeven op Ncira 3 perken,
op Groot-Banda 34 en op Aay 31, te zamen uit-
makende 68 perken. Dit veranderde naderhand weder;
de perken werden grooter of kleiner, naar mate van
erfenis of verkoop, zoodat men, ruim eene eeuw na
de eerste uitgifte der landerijen, rekende op Neird 6,
op Groot-Banda 25 en op Aay 6 perken, welke kon-
den opbrengen ruim 700000 tê noten en j 75000 tÈ
foelie. Later, in de i8<ie eeuw, werd de opbrengst
begroot op 600000 tg noten en 160000 fê foelie. Bij
de overname van het Britsch Gouvernement, in 1817,
telde men 34 perken, als op Neirè 3, op Groot - Banda
25 en op Aay 6, en schatte men de noten op 500000
ÉB en de foelie op 125000 fS, zijnde de gewone be-
rekening, dat men 4 fg noten heeft op i ® foelie.
Wanneer de perkenier veel zorg voor zijne boomen
draagt, geeft één boom van 12 tot 15 fe noten en
foelie te zamen; doch men rekent veelal, dooreenge-
nomen, eiken boom op 5
_ De Oostindische Maatschappij leverde de benoo-
digde slaven tot bepaalden prijs aan de perkeniers,
en bezorgde even zoo de rijst, het lijnwaad enz.
tot vastgestelde prijzen , uit hare pakhuizen. Om
voor te komen , dat te veel slaven tot huisgebruik
zouden gebezigd worden, en dat daardoor de inza-
meling der noten zou schade lijden, verordende de Pu-
blicatie van den 2951^ April, 1824, onder andere, dat
de koyang rijst van 3000 ® zou verstrekt worden:
voorde perkslaven a /80, voor de huisslaven, mits
niet boven de 20, a/i2o, doch voor de huisslaven
boven het getal van 20, a /132.
Uit een en ander blijkt, dat er met de perkeniers
eene