Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
501-
verdeeld wordt, beiioeft de schaduw van groote boo-
men ; weshalve in èlken tuin een zeker aantal fraaije
en zware kanarieboomen staan. De muskaat draagt
gewoonlijk op den ouderdom van negen jaar , soms
later, en dan weieens tot 500 en 600 noten tegelijk.
Wanneer de noot de grootte van eene abrikoos be-
reikt heeft, barst de bolster open, c.i vertoont zich
de foelie als een vlies, of dun bekleedsel van de
schaal, welke de eigenlijke noot in zich bevat. Nu
moet de noot afgeplukt, of afgesneden, met een
scherp mes ontbolsterd, de foelie van de zwarte schaal
genomen, en de noten in die schaal, in drooghok-
ken, of petakken, op parraparras, zgnde latwerk van
bamboes, boven een smeulend vuur gedroogd wor-
den. Zoodra de noot in de schaal rammelt , heeft
zij hare behoorlijke droogte, en, blijft aldus liggen,
totdat de aflevering aan het Gouvernement geschieden
moet. Eerst dan worden de noten van de schaal of
dop ontdaan, en gesorteerd in vette, middelsoort en
magere, of gruis. De kalking, welke de noten on-
dergaan, geschiedt nadat de aflevering door de per-
keniers heeft plaats gehad, en bestaat in driemalige
indompeling in zeewater , met kalk tot eene dikke
melk aangemengd. Vervolgens blijven zij zes weken
in eene digte bewaarplaats, om te zweeten. Door
de kalking en zweeting is voor de duurzaamheid der
noten gezorgd; ook worden daardoor al diegene, waar-
aan eenig gebrek is, kenbaar, en deze worden niet naar
Europa verzonden. Van de slechte wordt notenzeep
gekookt.
De notenbast, of bolster, levert, gestoofd, een
aangenaam geregt op, en wordt ingelegd tot eene
lekkere confituur; daarenboven maakt men er tuinbed-
den van, waarop zeer smakelijke paddestoelen groei-
jen.
Eene soort van blaauwe boschduif (notenëter), die
zelve zeer goed smaakt, aast, meestal des morgens
vroeg , op de pas opengebarsten noten. De noot
verteert in haar niet; maar zij wordt in hare uit-
werpselen gevonden. Deze noot schiet spoedig op,
en wordt op die wijze door den notenvogel (èoe-
rong-pala) zoowel op de naburige als verder verwij-
derde eilanden voortgeplant.
Aanvankelijk kochten de Nederlanders de noten en
de