Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
31
arbeickrs kunnen noemen) geldt, bedraagt de gewone
opbrengst van den tjatja, boven en behalve eenige
heerendiensten, het een-vijfde gedeelte van den oogst
der rijst, of wat anders het gewone voortbrengsel is.
Den gemiddelden tijd, welken de inlanders aan dit vijfde
gedeelte van hunnen rijstbouw besteden, bezigen de
landbouwers op Java, ingevolge de bepalingen, door
het Nederlandsche Gouvernement ingevoerd, tot de teelt
van koffij, suiker, indigo enz., terwijl zij daarentegen
de rijst geheel voor zich behouden. Zij ontvangen
daarenboven nog betaling voor de meerdere waarde van
de gewonnen koffij, suiker enz. boven de waarde,
welke het een-vijfde van den rijstbouw zou hebben
opgeleverd. Eene belangrijke bepaling is, dat de land-
bouwer die betaling zelf moet komen ontvangen. Voor
het overige heeft hij door zijnen arbeid aan de koffij,
suiker enz. zijne pacht betaald, al slaagt ook dat gewas
kwalijk of al mislukt het geheel.
VII.
. staatkundig bestuur.
De Staten en Rflken van den Indischen Archipel, welke
het gezag van Nederland erkennen, staan, ingevolge
van de Grondwet tot nu toe, regtstreeks onder het
bestuur van Zijne Majesteit den Koning der Nederlan-
den, zonder de minste inmenging of bemoeijenis van de
Staten-Generaal. Waar de bevolking niet regtstreeks
door Nederiandsche Ambtenaren bestuurd wordt, maar
wel door de inlandsche Vorsten, worden ook deze
door of van wege Zijne Majesteit benoemd en aange-
steld of bevestigd. De hoedanigheid van Troonopvol-
ger wordt niet verkregen zonder medewerking en goed-
keuring van het Nederiandsche Bewind.
Er zijn verschillende gedeelten van den Archipel,
waar geene Nederiandsche Ambtenaren gevestigd zijn,
of ooit gezag hebben geoefend; doch deze behooren
nogtans onder het Nederlandsche gebied, wanneer er het
B 4 ge-