Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
299-
§ 5« Imvoners. De meeste hebben den titel van
Bandasche burgers en zijn afstammelingen van Europe-
anen; voorts vindt men er eenige overgeblevene Ban-
danezen en andere vrije inlanders, of Mardijkers (zoo
worden bepaaldelijk genoemd de Ambonezen, die vrij
van heerendiensten zijn, naar Maradhika, eene stads-
wijk van Ambon), enkele vrijgegevene slaven, en de
slaven zelve, grootendeels van de meer oostelijk ge-
legene eilanden herkomstig, wier getal in 1817, bij
de overname van de Engelschen, ruim 1600 bedroeg.
De kettinggangers , of bandijten, — veroordeelden, die
van Java herwaarts gezonden zijn — worden ook tegen-
woordig als slaven in de notenperken gebruikt.
§ 6. Zeden en Gewoonten. De Bandasche burgers
hebben velerlei vooroordeelen, die zij waarschijnlijk
van hunne voorouders uit de i7'ie eeuw, of wel van
de inlanders , met wie zij omgaan, hebben overgeno-
men. Het weinige verkeer met Europeanen, alsmede
het gebrekkige godsdienstig en schoolonderwijs, dat
sedert lang bij hen bestaat, hebben zeker tot het uit-
roeijen van die vooroordeelen niet gunstig medegewerkt.
De gewoonte, welke hier heerschte, om de dooden in
hunne woningen te begraven, is tegenwoordig, als na-
deelig voor de gezondheid, verboden geworden. Hunne
traagheid en lusteloosheid zijn, althans gedeeltelijk, de
gevolgen der rampen, door de uitbarstingen van den
Goenong- Apie en de aardbevingen veroorzaakt; maar zij
zijn niet minder toe te schrijven aan het stelsel van
monopolie en uitmergeling, waaronder zij een groot
gedeelte der vorige eeuw gezucht hebben. Door de
Mardijkers en anderen zijn hier inlandsche gebruiken,
als het tjikalelie, of de krijgsdans, bij • plegtige ge-
legenheden, en andere gewoonten in zwang gekomen.
De toewak, of palmwijn, en de sagoeweer zijn de
gewone dranken, ook voor de perkeniers. Een ieder
heeft, behalve zijn woonhuis, een bamboezen slaap-
huisje, waarin men bij aardbevingen veel minder ge-
vaar loopt dan in een gewoon huis, en waarin velen,
al is er geene aardbeving te vreezen, meestal den nacht
doorbrengen.
§ 7. Godsdienst. Deze is de Hervormde, hoezeer
er ook eenige Roomsch-Katholiken zijn; niet altijd
echter werden de geestelijke belangen dezer eilanders
ge.^oegzaam behartigd. In het midden der i7''e eeuw
moes-