Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
2»8
zelve, niet ongezond; doch de aardbevingen en de dam-
pen, welke dikwijls uit den krater van den Vuurberg
opstijgen, maken haar voor de gezondheid schadelijk.
Groot-Banda wordt dan ook voor gezonder geacht dan
Neirä en de omstreken, en men houdt het voor onbe-
twistbaar, dat die dampen des nachts meer invloed op
het menschelijk ligchaam uitoefenen dan des daags. De
oostewind begint hier met December te waaijen, en de
westewind met Mei; in April en November heeft men
de kentering of overgang. De regens zijn minder zwaar,
en houden niet zoo lang aan als op Amboina.
§ 4. Voortbrengselen. Weinig, dat vermelding ver-
dient. De muskaatboom telt verscheidene soorten,
waaronder, na de gewone soort, de palla - boey, of
wilde muskaat, die geene vruchten draagt. Op den
muskaatboom volgt in belangrijkheid de groote, blader-
rijke kanarieboom ; uit de noot of amandel wordt eene
olie geperst, waaraan men de voorkeur geeft boven
de klapper-olie; de kasuarine , de kokos-areng en an-
dere palmsoorten. In vroegeren tijd vond men hier ook
nagelboomen.
Over het geheel zijn deze eilanden alleen van waarde
om de muskaatboomen, daar zij voor het overige, be-
halve kanarie- en sagoboomen, weinig voor voedsel of
ander gebruik opleveren. De rijst, katjang en andere eerste
levensbehoeften moeten van elders worden aangevoerd.
Onderscheidene smakelijke boomvruchten, op Java in
zoo groote menigte voorhanden, worden hier gemist.
Ook buffels en runderen zijn er schaarsch; gevogelte,
vooral tam, en visch vindt men er in overvloed Uit
hoofde dier schaarschheid, is aan de Bandasche burgers
de handel op de Key- en Aroe- Eilanden enz. en op
Nieuw-Guinea vergund; en voorzien zij zich aldaar van
katjang, oebie, pisang, papayers, pompoenen , kokos-
noten , sago, olie, hout, vee, dinding, schildpadden
en dergelijke benoodigdheden. Het voortbrengsel hunner
arakstokerijen dient als ruilmiddel voor de katoenen stof-
fen , ijzer- en koperwaren, welke op de Bandasche
Eilanden van andere kanten worden aangebragt.
Het drinkwater is niet overal goed; daarin voorzien
grootendeels de regenbakken, maar ook zekere bam-
boessoort , welke men zegt alleen hier te worden ge-
vonden , en waarin men, tusschen iedere geleding,
rinsch, frisch water aantreft.
s 5.