Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
207-
in bezit te nemen. Nu bleef men in den rüstigen ei-
gendom van hetzelve, want volgens de letter van den
Bredaschen Vrede, verbleef dat eilandje aan Nederland,
en hield op, onder den naam van Poeleron {Poelo-
Rhun), het onderwerp van Diplomatische Nota's uit
te maken.
Na de verdrijving der Bandanezen, moesten derzelver
eilanden op nieuws bevolkt worden. Men stichtte er
eene Nederlandsche volkplanting, door het lederen Be-
ambte en militair, in dienst der Oostindische Maatschap-
pij, gemakkelijk te maken, om zich als vrijman, of
vrijburger, op Banda neder te zetten. Jonggehuwden
werden in Nederland hiertoe aangemoedigd, en met
hun gezin naar Banda gezonden. Uit de weeshuizen
kregen meisjes en jongens , welke daartoe genegen wa-
ren , dezelfde bestemming. Op die wijze ontstonden de
Bandasche perkeniers (planters of bezitters der noten-
perken) en Bandasche burgers, wier getal, met hunne
huisgezinnen , twaalf jaar, nadat men geheel meester
dier eilanden was geworden, tot ongeveer 1200 zielen
was aangegroeid. De perkeniers zijn, of waren eigenlijk
pachters van de Oostindische Maatschappij: al hunne
benoodigdheden ontvingen zij tot zekere prijzen, maar
zij moesten ook hunne produkten tot bepaalde prijzen
afleveren. Deze inrigting is, met weinige veranderin-
gen , tot heden in stand gebleven.
§ i. Ligging en Grenzen. Tusschen 129° 47' en
130° 31' oosterlengte van Greenmcb, en tusschen
4° 11' en 4° 39' zuiderbreedte. Zij liggen te midden
der Bandasche Zee.
§ 2. Uitgestrektheid en Bevolking. Het westelijkste
ligt Rhon, of Rhun; in het noordoosten van daar
Way, of Aay; verder ten oosten Goenong-/Ipie, of
het Brandetjde Eiland, en Neirü; in het zuiden van
deze Groot-Banda, ook wel Lonthoir geraamd, en
in het oosten Rosingain, nabij Groot - Banda. De
oppervlakte is nagenoeg 28 vierkante mijlen, en de
bevolking 6000 zielen.
§ 3. LuchtgcHcldlteid. De lucht is hier, op zich
T 5 ael-