Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
296-
Men betoonde zich derhalve niet zonder reden huive-
rig, om het eiland aan de Engelschen in te ruimen; en
kapte daarom op Khun de boomen en liet den grond
eene wildernis worden. Behalve de bezetting van het fort,
had men er geene bewoners gelaten. In Europa werd
nu de zaak van Khun door Engeland telkens als twist-
appel opgeworpen, wanneer bet Britsch Gouvernement
van de Republiek het een of ander wilde afdwingen,
of voorwendsels zocht tot het aanvangen van den oor-
log. Tweemaal kwamen de Engelschen , om Khun in
bezit te nemen, doch ook tweemaal weigerden zij het
over te nemen, ten zij de Nederlanders alvorens, door
de aanplanting van muskaatboomen, en door de bevol-
king met Bandanezen, het eiland in denzelfden staat
herstelden , waarin het voorheen geweest was. In 1654
nam Groot-Brittanje er echter genoegen mede, dat
het eiland teruggegeven zou worden in den staat, waar-
in het zich bevond; maar onder voorbehoud van scha-
deloosstelling, zoowel voor het niet verkrijgen der ge-
stelde voorwaarden, als uit hoofde van den langen tijd,
dat zij er van verstoken waren geweest. Gedurende een
twintigtal jaren had men er reeds in Europa over onder-
handeld; doch er waren hieromtrent geene bevelen uit
het Moederland op Banda gekomen, toen de Engel-
schen zich met twee schepen voor Khun vertoonden.
Zij keerden dus onverrigterzake terug, en beweerden
daarna, dat de Bevelhebber der vesting hen afgewezen
had, dewijl de bevelen tot overgave aan de Engel-
schen meer dan twintig jaren oud waren , en men sedert
geene nieuwe bevelen te dien aanzien had ontvangen.
Van de Nederlandsche zijde werd gezegd, dat de
overgave in geenen deele was geweigerd; maar dat de
Engelschen, op weigering rekenende, geene troepen
noch verdere benoodigdheden aan boord hadden gehad,
om de over- en bezitneming te bewerkstelligen. Hoe het
daarmede zijn moge», de eisch tot schadevergoeding werd
met ongeveer drie tonnen gouds vermeerderd en tot bij
de vijftig millioenen Guldens gebragt. Eindelijk had
die overgave plaats op den a^en junij, 1665; doch
naauwelijks had men, in het midden van de maand
December, 1665, op Banda vernomen, Aztm Euro-
pa de oorlog tusschen Nederland en Groot-Brittanje
was uitgebarsten, of men haastte zich met de Engel-
schen van Khun te verdrijven en dat eiland weder
in