Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
294-
bij den aanstaanden oogst, noten en foelie daarvoor in
te ruilen. Niet lang daarna verkreeg men den uitslui-
tenden handel op de meeste dier eilandjes, en werd
de wederzijdsche vrije Godsdienstoefening met de Ban-
danezen bij Verdrag bepaald. Op die wijze ging het
met den Bandaschen handel gedurende eenige jaren naar
wensch. Toen echter, in April, 1609, de Admiraal
Pieter Willems z. Verhoeven deze eilanden
bezocht, vond hij er een Engelsch schip, dat de noten
en foelie eens zoo duur betaalde, als met de Ne-
derlanders was overeengekomen. Het Verdrag met de
laatste was derhalve door de Bandanezen geschonden.
Hoedanig het ligt ontvlambare wantrouwen der Ban-
danezen omtrent de Engelschen opgewekt werd, is niet
bekend; doch deze bevonden zich spoedig in de nood-
zakelijkheid, de hulp der Nederlanders tot himne vei-
ligheid in le roepen. Ook de goede verstandhouding,
die van Heemskerk bewerkt had, begon te wan-
kelen. De aanzienlijke magt, waarmede Verhoeven
in de wateren van Banda verschenen was, verontrust-
te de eilanders, en eene buitengewone waakzaamheid,
om niet overvallen of overrompeld te worden, was
daarvan het gevolg. Verhoeven, van zijne zijde,
hierdoor voor de veiligheid der Nederlanders, welke in
de loge hun verblijf hadden, beducht geworden, ver-
wierf de toestemming der bevolking van het eiland
Neird, om een fort aan den oever te stichten, en
daartoe gebruik te maken van de grondslagen, vroeger
door de Portugezen gelegd.
Men ontwaarde intusschen spoedig, dat die toestem-
ming enkel uit vreeze voor kwade gevolgen gegeven was.
De eilanders zagen met leede oogen, dat men met het
bouwen der sterkte voortging, en begonnen heimelijk den
Nederlanders velerlei hinderpalen in den weg te leggen.
Om aan het tusschen beide volkeren gerezen ongenoe-
gen een einde te maken, werden er onderhandelingen
aangeknoopt; doch thans liet Verhoeven zich ver-
schalken, en viel, met de voornaamste mannen der
vloot, als slagtolFers van een schandelijk verraad. Hierop
barstten de vijandelijkheden openlijk uit, en eindigden
weldra met de erkentenis van het oppergebied der Ne-
derlanders over Neirè. Sedert dien tijd echter duurden
die vijandelijkheden op de eilandjes Neird, Groot-Ban-
da, Way en Rhim afwisselend en met meer of minder
he-