Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
290-
Rondom de baai is eene vruchtbare vlakte, van ver-
scheidene rivieren doorstroomd, waar rijst, pataten ,
katjang en andere boontjes, alsmede sago-Borneo (eene
soort van gierst of graan, die eene kleine korrel op-
levert , welke, als brij gekookt, voor zeer lekker ge-
houden wordt) welig groeijen. Ook andere levensmid-
delen , gevogelte, buffels , runderen, wilde zwijnen,
herten enz. zijn hier in overvloed en goedkoop. Er
wordt veel zee- en riviervisch gevangen en ook gezou-
ten en gedroogd.
Van dit eiland worden runderen naar Amboina uitge-
voerd ; deze hebben hier voortreffelijke weiden, zoodat
zij zeer goed in het vleesch zijn, en betere boter en
kaas geven, dan elders in de Molukken. Men vindt
hier ook babi-roussa's en de civetkat. In de 17de eeuw
teelde men nog nagelen op het eiland, thans echter niet
meer, maar wel tabak.
Er zijn uitgestrekte bosschen, waarin jati- en kana-
rieboomen, sago- en andere palmsoorten, langsani, ijzer-
en dergelijk timmerhout, alsmede Amboinsch wortelhout
en andere fijne houtsoorten, voor kastenmakers geschikt,
gevonden worden; voorts de kasuarine, de kajapoet,
fraai en zwaar zwart en wit ebbenhout, verfhout enz.
Langs de stranden treft men eene groote verscheiden-
heid aan van fraaije en zeldzame schelpen, die echter
thans zooveel niet meer gezocht zijn als vroeger.
De zuidkust van Boero is schaars bewoond; dit
wordt veroorzaakt door de invallen van de Papoes en
andere roovers, die meermalen hier landingen hebben
gedaan, om de inwoners te overrompelen en als slaven
weg te voeren. Langs de noord- en oostkust staat de
bevolking, sedert het midden der 17de eeuw, onder
Orangkayas, die weder regtstreeks aan het Nederiand-
sche Gouvernement onderworpen zijn. De binnenlanden
worden bewoond door Alfoeren, bij wie beschaving
en landbouw op veel lager trap staan, dan bij de
strandbewoners. Zij staan onder Radja's, of Opper-
hoofden , zijn schuw en wantrouwend, en zien ongaarne
Europeanen tot in het binnenland doordringen.
De voornaamste plaats is:
Kayelie. Dit is de naam, die veelal aan het fort De-
fensie wordt gegeven, welk fort, in het zuidoosten der
Baai van Kayelie, de reede beschermt, waar men, op
30 vademen en minder, zeer goeden ankergrond heeft.
In