Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
2ÖÜ
omstreeks Hila vruchtbaarder dan in den omtrek van
Larieke; ook geeft er het rundvee goede melk en bo-
ter. Men vindt hier wilde zwijnen en herten. De
visscherij is zeer belangrijk.
De visscherij in de Baai van Ambon, en langs de
kust levert, onder andere, een smakelijk vischje, dat
veel naar eene sardijn gelijkt. Deze visch zwemt steeds
in scholen, en komt, daar zij de grootere visschen
tracht te ontvlieden, in groote menigte de baai in, wan-
neer de visschers met een schepnet, soms in één' trek,
hun vaartuig vol hebben.
Oma of ha roe ka.
Het eiland Oma , ook wel Bowang - Bessie , of Boe-
wang-Bessie, maar meestal Haroeka genoemd, wordt
verdeeld in twee districten, het zuider-district Boewang.
Bessie en het noorder-, of Hatoehala.
Er zijn warme zwavelbronnen, inzonderheid omstreeks
het dorp Oma, op de zuidwestkust, en bij Holalihoe,
op de zuidoostkust. De aardbevingen, welke in No-
vember, 1835, op Amboina zoo veel onheils stichtten,
deden ook hier schade aan huizen , en zelfs aan kerken,
alsmede aan het fort Zelandia. In Janaurij, 1837,
echter, werden de aardschuddingen alhier veel sterker
gevoeld.
Behalve nagelen, vindt men op dit eiland vele herten
en overvloed van visch. Wanneer er gebrek aan sago
is, begeven zich eenige eilanders naar de naburige Ce-
ramsche kust, om een' sagoboom te vellen en sago te
poekelen, zoo als zij het noemen.
De bevolking lijdt aan afzigtelijke huidziekten, en men
vindt hier tevens eene anders zeldzame mismaaktheid van
ledematen. Een en ander wordt hoofdzakelijk aan het
slechte drinkwater toegeschreven.
Er zijn vele Christenen, en de meeste dorpen hebben
eene kerk, of althans eene school met een' Schoolmees-
ter. Slechts op een paar dorpen, als Pilauw, bestaat
de bevolking alleen uit Mohammedanen. Vele Heiden-
sche bijgeloovigheden heerschen hier nog, en zoowel de
Christen als de Mohammedaan offert aan den boozen
geest Matakotiw.
De voornaamste plaats is:
Haroeka, een aanzienlijk dorp, op de westkust. Reeds
in