Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
2«3
Bagwwala, een niet onaanzienlijk dorp, aan de Bogt
van Bagmvala, met eene kerk en school, als ook het
kleine fort Middelburg. Deze plaats ligt twee uren
gaans van Ambon, en wordt van daar, bij wijze van
uitspanning, druk bezocht.
Daar de schepen niet altijd gemakkelijk uit de groote
baai kunnen komen, had men meermalen het ontwerp
gevormd, om , ten behoeve der scheepvaart, de land-
engte , of pas, zoo als men hier zegt, door te gra-
ven. Reeds onder den Gouverneur Padbrugge had
men daarmede begonnen; doch het bijgeloof der in-
landers is destijds de oorzaak geweest, dat de arbeid
gestaakt werd. Sedert is het werk weleens hervat,
maar nimmer ten einde gebragt, gedeeltelijk ook, om-
dat sommigen meenden, dat, schoon er geen verschil
van waterpas is, de stroom met te veel kracht door
eene te maken opening zou trekken. Na het bezoek
van den Gouverneur-Generaal van der Capellen,
werd echter het werk nogmaals aangevangen. Thans
heeft de pas, door middel van eene kveékC^matta-passo,
of oog van den pas), uit de groote baai komende, eene
lengte van tien minuten gaans. Orembaais en kleinere
vaartuigen worden , nu en dan , over de landengte heen-
gesleept.
Larieke, een vlek, op den zuidwesthoek van Hitoe,
en hoofdplaats van een der beide districten van het
schiereiland. Het heeft een' Ambtenaar en het fort, ot
blokhuis, Rotterdam. Achter het vlek ligt, op een'
heuvel, eene moskee met drie daken. De schepen,
welke uit het westen komen, en naar Ambon willen ,
hebben gewoonlijk Larieke in her gezigt, waarbij men
eerst de klip Suikerbrood, of Taha, en vervolgens
de rotsen, welke nader onder Larieke liggen, te zien
krijgt.
Hila, een zeer net dorp, op de westkust van
Hitoe, en hoofdplaats van het eerste district. Hila
wordt ook wel Nieuw • Hitoe genoemd, in tegenstel-
ling van Oud-Hitoe, of Hitoe-Lama. Hier hadden
de Nederlanders hunne eerste sterkte, of het Kasteel
van Verre, en naderhand het blokhuis Amsterdam.
Een Assistent-Resident heeft er zijn verblijf, en er
is eene kleine kerk en school; de moskee behoort tot
de fraaiste van het eiland.
In deze streken zijn sagobosschen. De grond is
om-