Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
284-
en den naam draagt van Fort van der Capellen. De
landingsplaats is voor het kasteel, aan een lang palen-
hoofd, van eene kraan voorzien. Door het kasteel komt
men in de stad, en zoo op het groote plein, waarop
alle straten van Ambon uitloopen. Dan heeft men Ba-
toe'Mehra links, Batoe-Gadja vóór zich, en regts de
zoo schilderachtig half tusschen het geboomte verscho-
lene witte graven.
De bodem der baai is rotsachtig, zoodat de ankers
slecht houden; daarom zijn er zware ankers op den
wal gemaakt, waaraan de schepen, die digt onder
den wal liggen, behalve dat zij een anker laten val-
len, vastgemaakt worden.
Achter de stad ziet men, op een' rijzenden grond,
het gebouw van Batoe-Gadja, het Gouvernementshuis
of buitenverblijf van den Gouverneur. Het is in 1711
aangelegd, en ligt te midden van fraaije tuinen, die
met velerlei heerlijke, deels zeldzame boomen voorzien
zijn. Langs eene fraaije laan, of dreef, nadert men
van het fort het sierlijke Batoe-Gadja.
Onder de belangrijke mannen, die hier gestorven zijn
en wier aandenken men heeft bewaard, behoort eene
eerste plaats te beslaan de beroemde R u m p h i u s , die
ook buiten 's lands, om zijne zucht voor de Natuurlijke
Historie en de Kruidkunde dezer gewesten, de Indische
Plinitjs genoemd wordt. De Gouverneur - Generaal van
der Capellen stichtte hem eene grafnaald. Voorts
noemt men den Majoor M e ij e r, een' man van vele
krijgskundige bekwaamheden; hij werd als Bevelhebber,
in 1817, tegen de opstandelingen, nabij Ouw, op Ho-
nimoa , zwaar gewond, en stierf, na veel geleden te
hebben, den ló^en Januarij, 1818, naauwelijks 28 ja-
ren oud. Op Batoe - Gadja werd hem een gedenktee-
ken opgerigt. Den 25sten December, 1830, overleed
hier de Italiaansche Graaf de V i d u a, een onvermoeid
en rusteloos onderzoeker, zoowel als geleerd waarne-
mer der Natuur, ten gevolge van een' val in eenen
krater, welke op dat oogenblik ziedend water en vloei-
bare stoffen uitwierp. De verdienstelijke Predikant Kam
stierf den i8den julij, 1833, bijna 64 jaren oud, ten
gevolge der vermoeijenissen en ontberingen op een' togt
naar de Aroe- en Zuidwester - Eilanden, van welken
hij, weinige dagen te voren, zeer afgemat was terug-
gekeerd.
Ba-