Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
282-
lijke vloot eene veilige ligplaats. Gedurende deze houdt
men onder de kust van Hüoe, en in de oost- of
kwade mousson onder die van Ley-Timor; onder
beide echter zijn de valwinden te duchten. De binnen-
baai wordt gevormd door den Hoek van Batoe-Mehra
(jooden steen) op Ley - Timor, en door den Kaaimans-
hoek , of van Marta - Fons, op Hitoe. De doortogt
aldaar naar de binnenbaai wordt door eene zandbank
aan deze, en door een klippig rif aan de andere zij-
de vrij wat vernaauwd. In de binnenbaai stort zich
de bergstroom Goeroe-Goeroe - Besaar van een' steilen
rotswand naar beneden, en levert, te midden der stille
Natuur, in die kom, welke met hoog geboomte om-
zoomd is, een prachtig schouwspel op. Hier komt
men gewoonlijk, om voor de schepen de watervaten
te vullen. Op eenigen afstand achter, en hooger dan
Batoe- Gadja, zijn de watervallen van Batoe-Gan-
tong, of hangenden steen, eene overhellende en deels
uitgehoolde rots , met stalactiten, afhangende tuinen
en struikgewas versierd, welke op de lager gelegene
kommen dreigen neder te storten. Ook boven den
hangenden steen, zoowel als lager, zijn de rotsen,
te midden van een digt woud, als opeengestapeld,
en vormen drie boven elkander liggende kommen,
waaruit het water van de eene in de andere afstort.
Over en tusscheri,^ene menigte klippen baant zich
de beek, met geweld, eenen weg, stort 50 voet
diep schuimend naar beneden, en vormt de twee wa-
terkommen , het mannen- en vromvenbad genoemd,
om vervolgens zich in de baai te werpen, nadat zij
de stad Ambon van versch en helder water voorzien
heeft.
De spelonk van Batoe - I^oebang ligt op Ley-Timor,
vrij hoog in het gebergte. De ingang gaat steil ne-
derwaarts. In deze hooggewelfde grot vertoont de druip-
steen allerlei fantastische figuren. Men wil, dat de-
zelve , langs enge gangen, met andere grotten gemeen-
schap heeft, en zich alzoo oostwaarts onder de bed-
ding der zee uitstrekt.
Op Hitoe is mede eene Batoe-Loebang, niet ver van
Larieke, aan de zeezijde, die een hol vormt, waarin
de visschers weleens eene schuilplaats zoeken. Bij stor-
men herhaalt zich hier het hevig gedonder met ver-
dubbelde kracht. Ook het golfgeklots gaat in dit hol
soms