Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
VI.
regeringsvorm.
--
Alle regeringsvorm was oorspronkelijk eenlioofdig, en
heeft uit het gezag van het hoofd des hiiisgezins,
uit de vaderlijke magt, zijnen oorsprong ontleend.
Uit dit beginsel schijnt de alleenheersching in den
Indischen Archipel zich ontwikkeld te hebben.
De Vorst voert den titel van Soesoehoennan (♦) of
Maharadja (Oppervorst of Keizer), van Sultan (Ko-
ning), van Radja (Vorst), van Panumbahan (Prins
of Hertog), van Pangcran (Bestuurder of Regent) enz.
Welken titel de Vorst moge voeren, hij is altoos
Opperheer en regeert zonder beschrevene wetten. Hij
mag echter niet naar willekeur regeren, maar moet
zulks doen overeenkomstig de voorvaderlijke gebruiken en
gewoonten, welke onder het woord adat steeds wor-
den begrepen. Deze adats hebben, over het algemeen ,
in den Indischen Archipel een meer geldend gezag,
dan beschrevene en bezworene wetten in menige andere
Landen.
Waar dezelfde adats gevolgd worden, kan men de
bevolking beschouwen als van denzelfden oorsprong, of
besluiten, dat langdurige overheersching de adats van
den overlieerscher hebbe ingevoerd. De adats verschil-
len b. v. op Java, op Sumatra, op Ceram enz., cn
met deze wettelijke gebruiken dient de Europeer bekend
te
(*) Men weet, dat titels niet naar de wezenlijke taal-
kundige beteekenis, maar overeenkomstig de beteekenis, welke
er aan gehecht wordt, moeten worden opgevat. Soesoe-
hoennan is eigenlijk de aangebedene en een geestelijke ticel,
en de namen, welke de beide Vorsten voeren, die op Java
met dien titel prijken, zouden tot zonderlinge vertolking
kunnen aanleiding geven. De Keizer van Solo heet Pakoe-
Boewono of Boewana — Spijker der wereld, en de Keizer
van Mataram Hamangkoe - Bocwono — Bezitter of Verzorger
der wereld.
B 3