Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
280-
ners verzonken in den opengebarsten' bodem; de zee
trad buiten liare oevers en spoelde mensclien en wonin-
gen weg; ruim 2300 ongelukkigen verloren op deze of
gene wijze het leven ! Ook in de iS^c eeuw had men
bovenal hevige schokken te verduren , onder andere op
den 18'i™ Augustus, 1754, wanneer het kasteel Victo-
ria veel te lijden had. Uit de tegenwoordige eeuw
liggen nog versch in het geheugen de aardbevingen van
den isten tot den November, 1835, toen de, hoewel
ligtere schuddingen tot zelfs ver in het volgende jaar
plaats hadden. Bijna eene maand lang had een dikke
mist over het eiland gehangen, welke, inzonderheid door
de daarmede gepaarde zwaveldampen, zeer onaangenaam
voor de bewoners was. In den vroegen ochtend van
den isKn November, bespeurde men een zwaar ge-
druisch , en naauwelijks was men daardoor uit den slaap
gewekt, of geweldige schuddingen veroorzaakten eenen
algemeenen angst. Op Ley - Timor was de schade reeds
terstond zeer aanzienlijk. Het gebergte scheurde; rots-
klompen stortten naar beneden; riviertjes raakten ver-
stopt, of veranderden van loop. Te Ambon werd de
Chinesche wijk grootendeels verwoest, zoodat ook de
welvarenden in armoede gedompeld werden; er was bijna
geene woning in de stad, welke in bewoonbaren staat
bleef. De Maleische kerk, door den Predikant Kam
gesticht, stortte in; de muur der Groote kerk kreeg,
op verscheidene plaatsen, zware scheuren; op het kas-
teel bezweek eene kazerne, waardoor alleen 58 menschen
omkwamen. Meer anderen nog verloren door deze aard-
beving het leven, en velen werden verminkt. In Januarij
van het jaar 1837 gevoelde men wederom aardschud-
dingen ; doch deze veroorzaakten weinig nadeel op Am-
boina , meer echter op de Uliaser - Eilanden, die we-
der weinig van de ramp van 1835 hadden geleden.
In September, 1837, brak op Amboina eene besmet-
telijke ziekte uit, welke gedurende ruim tien maanden
bleef woeden en, zoowel onder Europeërs als onder
inlanders, eene groote menigte menschen wegraapte.
Hoezeer zij ook op de naburige eilanden heerschte, was
zij daar evenwel minder algemeen en de sterfte gering.
Een verschijnsel, dat, tot nog toe, niemand heeft
weten te verklaren, is de zoogenoemde Melkzee, of
witte kleur, welke het zeewater soms aanneemt. Van
het zuidoosten komt dit verschijnsel opzetten, en ver-
spreidt