Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
279-
diensten oplegde. De dorpen leveren geregeld, bij niaan-
delijksche afwisseling, naar gelang der bevolking,-een
aantal manschappen. Deze arbeiders (hvartvolk genoemd)
moesten vroeger, of de nageltuinen, of de vestingwer-
ken , of de wegen enz. in orde houden, waarvoor zij
dan rijst tot voeding en daarenboven eenig geld ontvin-
gen (*). Hoezeer die verordening op zich zelve geens-
zins bezwarend kon genoemd worden, dewijl ook door
het kwartvolk, naar mate van het zwaardere werk, meer
geld verdiend werd, zoo was echter de wijze, waarop
die maatregel ten uitvoer gelegd werd, drukkend. De
Gouverneur - Generaal van der Capellen vaardigde
daarom, op den is^ie" April, 1824, te Ambon een be-
velschrift uit, houdende afschaffing van den Hongi-togt,
eene redelijke vergoeding voor allen arbeid, welken het
Gouvernement zou vorderen, en eene ruimere betaling
voor de nagelen enz., alles ten einde lust voor den
arbeid op te wekken, den smokkelhandel te doen ophou-
den , en aan alle krakeelzucht en ontevredenheid omtrent
de Hoofden een einde te maken.
§ 17. Verdeeling. Na Amboina, volgen de Ulia.
ser - Eilanden: Oma , Honimoa en Noessa - Laut;
voorts Boero, Manipa en Kelang.
Amboina.
Het eiland Amboina is zeer onderhevig aan aardbe-
vingen , welke men wil, dat zich inzonderheid doen
gevoelen, wanneer, na zware hitte, vooral in Octo-
ber of November, de grond, van regen doorweekt,
de Vulkanische dampen niet doorlaat. Onder de ver-
schrikkelijkste aardbevingen der 17de eeuw noemt men
die van 1673 en 1674, als ook die van 1687. In
1674 vooral hadden herhaalde aardschuddingen plaats.
Golvend bewoog zich toen de aarde j het water sprong
eensklaps uit den grond ter hoogte van 20 voet; bergen
scheurden vaneen, en vormden kloven van 20, 30 en
meer vademen diepte; geheele dorpen met hunne inwo-
ners
C) Zij, die in de nageltuinen werken, b. v., ontvingen
'smaands 30 fg rijst (eene lekkernij voor menschen, gewoon
zich met sago te voeden) en daarenboven gulden aan geld;
die zwaarderen arbeid verrigten moesten, ontvingen mïer.
S 4