Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
286-
§ la.- Zccboezcim. De Baai van Amboina en de
Bogt van Bagmvala, op Atnboina; de Baai van Porto
en die van Saparoewa, of Duurstede, op Honimoa;
de Baai van Kayelie, van Bara, van Tomahoe en de
I'ihoa - baai, op Boero , en liet Nassausche gat, een
vaarwater tusschen den westhoeii van Ceram en Kelang.
§ 13. Eilanden. Ten noorden van Amboina, nab^ij
elkander, heeft men de Kleine Drie Gebroeders, Babi,
of het Varkens • Eiland, en Duiven - Eiland; ten zui-
den van Honimoa ligt Moelana; voorts telt men ver-
scheidene eilandjes in het zuiden nabij Boero; verder
Toeban, ten zuiden, Muskieten-Eiland tn ^.ndtxt
eilandjes, ten noordnoordoosten van Manipa, Babi, ten
oosten van Kelang, Barang, Keyhoeioe en Kalie -
Loeha, eilandjes, westelijk van Bonoa gelegen.
§ 14. Binnenwateren. Deze zijn van weinig belang,
behalve op Boero; doch omtrent dat eiland weet men
niet veel anders, dan dat het groote meer, dat hoog in
het gebergte gelegen is, aan verscheidene rivieren haren
oorsprong geeft, als aan de Nitoo, welke naar het
westen , en aan de Tabie, welke naar het noorden
stroomt. Men meent ook, dat een der takken van
de groote rivier, die zich in de Baai van Kayelie
ontlast, uit dat meer ontspringt.
S 15. Bergen. Amboina is zeer bergachtig, en heeft
hooge bergvlakten; het hoogste gebergte op Ley-Ti~
mor is Soya, en dat op Hitoe, Kapaha. Ook Boero
is bergachtig; het heeft verscheidene hooge toppen,
en men kan, bij helder weder, den koepelvormigen top
van Berg Palamatte op den noordwesthoek 25 è 30
mijlen ver in zee zien; de meer zuidelijk nabij de west-
kust gelegene Tomahoe is op 20 mijlen afstands in zee
zigtbaar; in het miduen des eilands heeft de berg Flie'
het eene aanzienlijke hoogte. Op de oostkust, ten
zuiden van Baai Kayelie, ligt een gebergte, waarvan de
voornaamste toppen Moeder en Doehter heeten. Manipa
en Kelang hebben almede hooge bergen.
§ 16. Regeringsvorm. De inlanders staan, of onder
Radja's, of onder Orangkayas, wier inkomsten bestaan,
of in de heerendiensten hunner onderhoorigen, of in een
aandeel, bij voorbeeld 12 ten honderd, dat zij ontvan-
gen van de afgeleverde nagelen. Voor het overige staan
ze allen onder het Nederlandsch Bestuur, dat, volgens
sommigen, voorheen den bewoners vrij zware iieeren*
dien-