Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
277-
hij aan den zeewind is blootgesteld. Hij draagt gewoon-
lijk eerst op vijftienjarigen ouderdom, en geeft voor het
minst 5 a 6 tB, en soms wel 23 ® nagelen. Men
plukt den zaadnagel niet tegelijk met de andere; hij
wordt dan veel grooter en heet moemagel. Daarenboven
heeft men den kroonnagel, den dubbelen- pot- en den
wilden nagel. Om de vijf jaar mag men op een' groo-
ten nageloogst rekenen; een gewone oogst levert tegen-
woordig 300000 oude ponden; eene eeuw geleden be-
droeg die nagenoeg 500000, en de groote oogst 1600000
W. Volgens sommigen zou, in de tweede helft der
vorige eeuw, een groote oogst tot 3000000 K hebben
opgebragt. Het geheele getal nagelboomen werd destijds
geschat op 500000 stuks, waarvan ruim | vruchtdra-
gende waren.
Voor de vischvangst maakt men, behalve van de
gewone werktuigen, mede gebruik van harpoenen, of
van bamboezen fuiken. Ook vischt men, in de duis-
ternis , met licht voor aan de kanoe, door eenig aas
in het water te werpen, en met een' hoek zonder aas
de visch in den buik te haken. Op die wijze is de
vangst soms zeer overvloedig.
§ II. Kapen. Op Amboina: Hoek van Noessaniva,
ook wel Noessa-Nivel genaamd, zijnde de Zuidhoek der
groote baai; van daar verder langs die baai is Hoek Soe-
selang, of Toeri , de Kaaimanshoek; daartegenover de
Noordhoek der binnenbaai, Hoek van Laha, van Allang,
of Allang-Allang, van Hatoe, Negri-Lima, Keyt, van
Hila, van Thiel, aan de noordzijde der Baai van Ba-
guwala, en Hoek van Hoetoe, aan de zuidzijde dier baai.
Op Oma: Hoek van Samet, of Zuidy/enhoek, van
Kailolo, of Noordwesthoek, en van Holalihoe, of Zuid-
oosthoek.
Op Honimoa: Hoek van Boy, of Zuidhoek, van
Ouyj, of Zuidoosthoek, en van Hatoewana, in het
noordoosten.
Op Noessa - Laut: Hoek Roehoe , of Zuidwesthoek,
van Lelmemenie, of Noordwesthoek.
Op Boero: Hoek van Lissateke , of Zuidwesthoek ,
van Batoe - Rea, van Balatetto , of Noordwesthoek ,
Samma , Elie, Samalakie, of Leliate, van Lissatello,
of de Noordhoek van Baai van Kayelie , van Roeba,
of de Zuidhoek dier baai, Pela, of Noordoosthoek,
Ilat, of Zuidoosthoek, Salia en van Batoe - Pegge.
s 3 §12.