Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
275-
men verhaak, zeer verlekkerd zijn. In kleeding onder-
scheiden zich de Christenen van de Mohammedanen.
De Alfoeren dekken het lijf slechts weinig, en niet
vroeger, dan wanneer zij huwbaar zijn geworden. Zij
drinken veel sagoeweer, die zij door het insnijden van
den arengpalm verkrijgen, uit welke wond het vocht
druipt, dat zij opvangen. Dit noemen zij tijfekn.
Deze drank wordt versch of gegist, of met inmenging
van bitterhout (slangenhout), gedronken. Wanneer men
de sagoeweer heeft laten gisten, verkrijgt dezelve eene
bedwelmende kracht.
§ 7. Godsdienst. Deze is bij een groot gedeelte der
bevolking de Christelijke, dewijl men al dadelijk, na de
vermeestering van Amboina, zich beijverd heeft, om
het Christendom in re voeren. Ook had men in het
gebied van Amboina, waartoe kerkelijk Ceram behoort,
in het midden der 17de eeuw, ten minste vijf Predi-
kanten en een zeker aantal Krankbezoekers. Thans zijn
er twee Predikanten met eenige Zendelingen. Hier en
daar heeft men dorpen, die alleen uit Christenen of
alleen uit Mohammedanen bestaan; doch elders wonen
zij vreedzaam in hetzelfde dorp bij elkander. Geen
Christen of Christin nogtans zal buiten het Christendom
huwen. De Alfoeren zijn Heidenen. Bij alle is de
doodstraf dan vooral grievend, wanneer het hoofd van
den romp gescheiden wordt. Er heerschen nog vele
bijgeloovigheden onder de Christenen, die tot de in-
landsche bevolking behooren.
Men maakt hier veel werk van het schoolonder-
wijs, en vele van de Amboinsche Christenen worden
daartoe opgeleid. In het midden der 17de eeuw be-
droeg het getal Schoolmeesters onder Amboina ongeveer
60, en thans zullen er wel niet minder zijn. Waar
geen Predikant of Zendeling is, gaat de Schoolmees-
ter des zondags de gemeente voor; hij heft de gees-
telijke liederen aan, doet gebeden, en leest een ge-
deelte van de Heilige Schrift, of van eene predikatie
in het Maleisch.
De Predikant Kam, die in 1833 te Ambon over-
leed , was, gedurende een aantal jaren, niet alleen
ijverig werkzaam, ten behoeve van de kerk en het
schoolwezen, op Amboina en de naburige eilanden,
maar strekte tevens zijne bemoeijingen, nu eens noord-
waarts tot de Sangier - Eilanden, en dan wederom
S 2 tot