Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
272-
Terwijl de Engelschen, in dezer voege, sedert
het jaar 1615, vooral aan de Nederlanders, op de
Amboinsche Eilanden allerlei moeijelijkheden berokken-
den, sloot men in eene overeenkomst, welke
aan al die bezwaren een einde moest maken. De En-
gelschen verkregen een aandeel in de voortbrengselen,
onder beding van tevens de lasten te zullen helpen dra-
gen. In weêrwil dier schikking echter, vermeerderden
de moeijelijkheden, dewijl tegen het gezamenlijk dra-
gen der lasten allerlei voorwendsels werden te berde
gebragt.
Onder zoodanige omstandigheden was het eenen man,
als van S p e u 11, die met ijver voor de dienst zij-
ner Meesters vervuld was, niet kwalijk te nemen,
dat hij een wakend oog hield op al hetgene door de
Engelschen op Amboina en op de achterliggende kust
der Baai van Ambon verrigt werd. Het gelukte hem,
intijds te ontdekken, dat de Engelschen zich bij voor-
raad van het kasteel Victoria dachten meester te ma-
ken. Als Gouverneur, vertegenwoordigende den wetti-
gen Souverein van Amboina, volgde hij, ten aanzien
der misdadige Engelschen en anderen, die met hen
zamengespannen hadden, de wijze van Regtspleging,
destijds in Nederland gebruikelijk, en veroordeelde
eenige ter doodstraf, andere tot ballingschap enz. Deze
teregtstelling werd in Engeland zoo hoog opgenomen,
dat men ze den Amboinschen moord noemde, en een
aantal jaren, zoowel onder den Protector Crom well,
als onder de Koningen, zich daarvan tot voorwendsel
bediende, zoo dikwijls men om grieven tegen Ne-
derland verlegen was. Meer dan eens werd deze
zoogenoemde Amboinsche moord onder de oorzaken
tot het aanvangen van vijandelijkheden opgenomen, of
strekte dezelve, om onbillijke eischen te kleuren,
totdat eindelijk die zaak voor altoos, ten genoegen van
Groot-Brittarijey afgedaan werd.
§ i, Ligging en Grenzen. Tusschen 126° 13' en
129° 12' oosterlengte van Greenwich, en tusschen a° 50*
en 3" 5a' zuiderbreedte. De begrenzing is ia het wes-
tea