Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
20
teiiissen van Sieva en Doerga op Java in oiicie tem-
pels enz. veelvuldig voorkomen, zoo ziet men nogtans
Genesa, den God des gebeds, meestal voorgesteld met
een' olifantskop, als teeken van wijsheid, veelvuldiger
dan eenig ander afgodsbeeld. De beeldtenis van Boedho,
meestal met zachte, vrouwelijke gelaatstrekken en vor-
men, is niet zeldzaam; die van Brama komt minder
voor.
In de binnenlanden van Java treft men, op enkele
plaatsen, nog aanhangers der Hindostansche Godsdienst,
alhoewel in gering aantal. Zij worden gevonden op
het eiland Madoera, doch meer algemeen op het eiland
Balie, waar de Boedhisten, die het grootste getal in-
woners uitmaken, vijandig tegen de Mohammedanen
overstaan. Op Balie bestaan nog gewoonten, welke
ons Hindostan herinneren, maar die op Java onbe-
kend of sedert lang geheel in onbruik geraakt zijn.
Vele gebruiken evenwel dier voorouderlijke Godsdienst
zijn op Java nevens de voorschriften der leer van
Mohammed in stand gebleven; zelfs heeft de ver-
eering van gedenksteenen en grafsteden, alsmede het
olFeren aan onzigtbare geesten — de bewoners van
grotten en kolken, vooral van Vulkanen — zich niet
enkel staande gehouden; maar zoodanige vereering wordt
even zoo aan de overblijfselen of nagedachtenis van Mo-
hammedaansche heiligen toegebragt.
De Chinezen hebben hunne Godsdienst wel naar den
Archipel overgebragt; doch die leer is en blijft tot
hunnen landaard bepaald. Hoezeer hun Heidendom
voor eene verbastering der leer van Brama wordt ge-
houden, is het nogtans met der daad de vereering
van het goede en van het booze beginsel. Het booze
wezen wordt inzonderheid door de Chinezen met of-
feranden gediend, ten einde het hun geen kwaad doe.
Dagelijks offeren zij aan hetzelve in hunne huizen.
Voor het overige zijn zij zeer verdraagzaam.
VI.